Het beste van de Climategate.nl “hittegolvendiscussie”

Enkele dagen geleden publiceerden we de analyse van Theo Wolters over de hittegolvendiscussie, die in nagenoeg dezelfde vorm ook op Climategate verscheen.Er wordt op sociale media behoorlijk over gepraat, maar het KNMI komt niet met een reactie.

Dat KNMI houdt zijn kruit voorlopig blijkbaar droog. De kwalificaties die het instituut over heeft voor diegenen die haar werk narekenen, zijn weinig flatteus en geven ons te denken. Bij gebrek aan debat met het KNMI, resteert ons gelukkig de onvolprezen blogosfeer waar zinnige discussie is te ontwaren. Dat vereist enig filteren van de juweeltjes. Dat hebben wij gedaan en dus volgt hier volgt een selectie van de meest waardevolle commentaren uit de 250 commentaren op Climategate.nl, aangevuld met enkele conclusies van het ten opzichte van Climategate antagonistische klimaatverandering.com. Als toegift, uitleg en kennismaking met de auteurs van het reproductie-rapport hebben we ook een video van de presentatie op de recente Ontgroeningsdag toegevoegd.

Deze compilatie draagt naar het idee van DGRK bij aan een vruchtbaar debat en publieke oordeelsvorming.

Zo hier en daar vullen we discussie aan met naar ons inziens ontbrekende informatie en commentaren (DRGRK red.).

originele KNMI data hittegolven

Punt voor punt de diepte in…

  1. (TW) “een aantal deskundigen rond Marcel Crok”
    1. (HdJ) “Neen, het zijn geen deskundigen, het zijn gewoon geïnteresseerde amateurs, die wel overtuigd zijn het zelf allemaal beter te weten dan deskundigen…”
      1. > (Aad) Dan moet het voor die deskundigen toch eenvoudig zijn de bevindingen van de “amateurs” te weerleggen? De discussie is dan snel gesloten.
      2. < Deskundigen gaan doorgaans niet in discussie met amateurs, omdat de amateurs ten eerste doorgaans menen het zelf zoveel beter te weten, ten tweede omdat ze onvoldoende kennis hebben om een discussie te voeren, en ten derde omdat amateurs niet open staan om objectief naar het geheel van alle argumenten te kijken (alhoewel ze beweren wel open te staan, maar dat is gewoon een bewering om geloofwaardigheid te creëren).
      3. > (Aad) Door nu eens wel in discussie te gaan en met steekhoudende argumenten aantonen dat Crok en co het bij het verkeerde eind hebben is de discussie voor eens en altijd gesloten. Versterkt het beeld van de betrouwbaarheid van het KNMI. Nu blijft de twijfel voort etteren. Angst om de waarheid onder ogen te zien. De angst of af te gaan.
  1. TW: “De groep experts heeft vervolgens een zeer grondig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de noodzaak en uitvoering van deze homogenisatie”
    1. > (HdJ) “Nee, dit was geen grondig onderzoek, maar eens zoektocht naar argumenten om de vooraf ingenomen ‘conclusie’ te kunnen ‘bevestigen’. Het is opgebouwd uit verschillende zwakke drogargumenten.”
    2. < (Aad) Welke drogargumenten dan Henk?
    3. > (HdJ) Stonden al in mijn reactie, maar blijkbaar wilde je dat negeren (bvb dat er geen motivatie zou zijn voor Eelde, dat er geen noodzaak is voor homogenisatie,….)
    4. < (Aad) Nee Henk, die stonden niet in je reactie. Noem ze maar even. Want ik snap het niet.
  1. (TW) “Crok & co tonen aan dat er is over-gecorrigeerd”
    1. > (HdJ) “Nee, dat hebben ze niet aangetoond. Zoals Ronald trouwens al schreef, door de uitgevoerde correctie komen de data van de Bilt mooi overeen met die van België, maar dat lees je nergens in het rapport van Crok & co!”
    2. < (Aad) Alleen maar wellus nietus Henk.
    3. > (JvdLaan) Er is niet overgecorrigeerd, zo toont Tinus Pulles hier aan:
      https://klimaatverandering.wordpress.com/2019/07/22/analyse-van-de-knmi-homogenisatie/#comment-38802
  2. (TW) “Het KNMI … houdt vol dat de homogenisatie terecht was”
    1. > (HdJ) “Lees het rapport eens goed: Crok & co bevestigen ook dat een homogenisatie terecht is!”
    2. < (Aad) Dat klopt. Als je van meethut en plaats verandert moet dat ook. Zij tonen aan dat er is over-gecorrigeerd.
  3. (TW) “Illustratie van het FD, aangepast door De Groene Rekenkamer”
    1. > (HdJ) “Dat is dus een misleidende illustratie, want houdt geen rekening met de noodzaak van homogenisatie. Crok & co bevestigen dat homogenisatie noodzakelijk is, dus een grafiek met data zonder homogenisatie is dus gewoon bewust misleiden!”
    2. < (Aad) Nee, Crok & co tonen aan dat er is over-gecorrigeerd. Dan is het eerste plaatje juist misleiding!
  4. (TW) “Blijkbaar heeft men in de ogen van de huidige KNMI wetenschappers toen grote blunders begaan,”
    1. > (HdJ) “Lees het rapport eens goed: Crok & co bevestigen ook dat de aanpassingen van 1951 niet goed zijn uitgevoerd!
      Op dat punt zijn ze het dus eens met het KNMI en het is dus niet enkel “in de ogen van de huidige KNMI” maar ook in de ogen van “Crok & co””
    2. < (Aad) Dat klopt. Als je van meethut en plaats verandert moet dat ook. Zij tonen aan dat er is over-gecorrigeerd. (2e x)
      1. < (DGRK, red.) Beide claims hierboven zijn onjuist. Dijkstra (Dijkstra, de Vos, Ruis, Crok) beweren dat 1) uitvoering niet reproduceerbaar was (overcorrectie), 2) dat keuze voor vergelijkingsstation arbitrair was en dat 3) noodzaak voor homogenisatie niet afdoende is aangetoond. Dit is in strijd met  reactie 1) en slechts deels in overeenstemming met reactie 2).
    3. (TW) “een bijstelling van maar liefst 2 graden”
      1. > (HdJ) “Dit is misleiding! De meeste dagen zijn bijgesteld met kleine fracties van een graad. Alleen de warmste dagen zijn bijgesteld met grotere correcties. En dat is logisch: het gaat over oude metingen in een pagodahut, en het is algemeen geweten dat de temperatuur daaronder veel meer kan oplopen dan in een Stevensonhut. Er zijn slechts 87 van de 18.505 dagen (0.4%!!!) die gecorrigeerd werden met 1.9°C (en geen enkele met 2.0°C!!!)”
      2. < (Aad) De grote bijstelling van de warmste dagen veroorzaakt nou juist de vermindering van het aantal hittegolven. En Crok en co laten zien dat dit onterecht is. (3e x)
      3. > (T. Pulles, Op de website klimaatverandering.com, red.) “Omdat de oude methode op de warmste dagen een hogere temperatuur registreert dan de nieuwe, beïnvloedt de homogenisatie ook de conclusie dat het in De Bilt op de warmste dagen in de loop van de tijd warmer wordt. Dit voedt het wantrouwen in die homogenisatie bij veel niet-meteorologen, vooral op Twitter, in de Telegraaf en in Elsevier Weekblad. Dat wantrouwen wordt veelvuldig gevoed door een rapport van Marcel Crok en medewerkers (https://clintel.nl/hittegolven-geschrapt/).”
        “Tegen deze achtergrond hebben wij met vooral een statistische blik naar de meetcijfers van De Bilt gekeken.”
        “Conclusies:

          1. De waarnemingen van de hogere temperaturen in De Bilt vertonen een duidelijke discontinuïteit voor het moment waarop de oude meethut werd vervangen door een nieuwere in 1951
          2. Hoe hoger de temperatuur, hoe hoger het verschil tussen de temperatuur als gemeten met de oude hut en de nieuwe hut
          3. De nieuwe meethut registreert tot wel 3 graden Celsius lagere temperaturen dan de oude (cursivering DGRK, red.)
      4. < (DGRK red.) Punt 2) in de analyse van Pulles (3) doet voorkomen alsof de statistische correctie berust op een directe vergelijking in een parallel meting (“registreert”). Is dit juist? (op basis van een recentelijk, na het KNMI Brandsma 2016 rapport, nagebouwde Pagode?)
        1. Zo niet, dan bestaat genoemde vergelijking alleen in zijn regressies voor twee afzonderlijke periodes, aangezien aanvankelijk helemaal geen parallelle metingen voorhanden waren (dit is deels onjuist, zie het artikel van TW en de verwijzing in het artikel van De Bruin naar  het rapport van Kramer).
  1. (TW) “Maar de aarde warmt toch op? Jazeker, daar is iedereen het over eens.”
    1. > (HdJ) “Is dat zo, Theo Wolters (Admin)? Hans Labohm (Hoofdredacteur) beweert al 15 jaar dat het gaat afkoelen. Of indien hij schoorvoetend moet toegeven dat het de afgelopen jaren wat is opgewarmd, dan voegt hij er graag aan toe dat het toch binnenkort terug gaat afkoelen. Ga eens met je baas praten!”
    2. < (Aad) Iedereen is het er overeen dat de aarde sinds de industrialisatie is opgewarmd. De laatste 20 jaar is het nagenoeg niet opgewarmd.
    3. > (HdJ) “Maar de aarde warmt toch op?”
      “Goed dat je het daar mee eens bent. En dan is het toch logisch dat er meer hittegolven zijn? Dus waarom dit achterhoedegevecht om toch maar te proberen overtuigen dat er niet meer hittegolven zijn? Probeer gewoon eens een intern consistent verhaal te brengen!”
    4. < (Aad) Het extreem toenemen van het aantal hittegolven suggereert dat de aarde in hoog tempo opwarmt. En dat is niet zo. Propaganda dus.
  2. (TW) De laatste 20 jaar is het nagenoeg niet opgewarmd. ”
    1. > (HdJ) “Behalve dan dat het 2001-2010 warmer was dan 1991-2000. En dat 2011-2018 warmer is dan 2001-2010.
      Enkel indien we de feiten negeren en de blogjes geloven, kunnen we akkoord zijn met je bewering! (NB, dit bevestigt wat ik schreef: ” ten derde omdat amateurs niet open staan om objectief naar het geheel van alle argumenten te kijken”)”
    2. < (Aad) Nagenoeg betekent bijna niet. Dat is wat anders dan niet. Crok en co zijn geen amateurs. Amateurs zijn mensen die bijvoorbeeld als manusje van alles werken in een koekjesfabriek in Delft.
  3. TW “Het al dan niet toenemen van het aantal hittegolven in Nederland in de afgelopen eeuw zegt dus niets over de recente opwarming van de aarde”
    1. (HdJ) “Op zich klopt dit, maar wanneer je het geheel van kennis van de klimaatwetenschap er bij haalt, dan klopt het plaatje wel: de lokale opwarming in Nederland is het best te verklaren als deel van een globale opwarming.”
    2. < (Aad) Zie vorig commentaar (1.4, red.)
  1. TW “…. de homogenisatie vooral te baseren op één vergelijkingsstation, Eelde”
    1. (HdJ) “Die keuze voor Eelde is wel goed gemotiveerd door het KNMI. Het staat in het antwoord dat het KNMI gaf aan Crok & co, en dat in bijlage 3 van het rapport staat. Het is een keuze die moest gemaakt worden, en elke keuze is een compromis. Indien het KNMI een andere aanpak had genomen, dan hadden de kritikasters wel een ander ‘argument’ gevonden om dat aan te vallen!”
    2. < (Aad) De warmte in Nederland komt uit het (zuid) oosten. Daarom ligt een oostelijk gelegen referentie meetpunt meer voor de hand. Crok en co onderbouwen dat ook.
  2. TW “…de keuze voor Eelde zijn juist totaal niet onderbouwd”
    1. (TW) “Men heeft behoorlijk vreemd zitten corrigeren met de warmste dagen, met als resultaat dat 16 van de 24 hittegolven verdwenen. Dat heeft niets met de gemiddelde temperatuur te maken.
      En de noodzaak van de aanpassing en de keuze voor Eelde zijn juist totaal niet onderbouwd.
      Als je het rapport te ingewikkeld vindt, luister dan naar het Weltschmerz Interview.”
    2. > (HdJ) “Theo, om je eigen woorden te gebruiken: “Lees het rapport eens zou ik zeggen”?
      Daarin staat in bijlage 3 een tekst van het KNMI waarin zijn onderbouwen waarom Eelde werd gekozen. Het is een keuze die moest gemaakt worden, en elke keuze is een compromis. Indien het KNMI een andere aanpak had genomen, dan hadden de kritikasters wel een ander ‘argument’ gevonden om dat aan te vallen!”
    3. > (Ronald) “Theo, de keuze voor Eelde is netjes uitgelegd. Na homogenisatie klopt de hittegolven reeks ook veel beter met die van België. Zoals je zou verwachten aangezien de hitte uit het zuiden komt. Het eindresultaat is dus consistent.
      Een andere keuze geeft een ander resultaat, maar is dat noodzakelijk beter? En hoe kwantificeer je “beter”?
      Sceptici maken het groter dan strikt noodzakelijk.”
    4. < (DGRK red.) “Totaal niet onderbouwd” van TW in de context hierboven dient gelezen te worden als “niet bevredigend onderbouwd”. Juist het hele punt van de heersende windrichting (Z/W – richting Eelde) is een verkeerde reden om een correctie toe te passen voor een conditie (hitte) die juist bij overwegend Z en Z/O windrichting optreedt. Vandaar dat in het rapport alternatieve homogenisaties op basis van Beek of het Duits-Nederlands ensemble worden beschouwd die vervolgens geen of nauwelijks effect op het aantal hittegolven opleveren. Zodoende wordt de keuze voor Eelde “arbitrair”, ook al omdat de beschikbare overlap tussen Eelde en De Bilt slechts 4 jaar was (of, zo later bleek 4 jaar en 8 maanden) en de gevoeligheid voor die tijdsperiode ook nog eens zeer groot bleek te zijn.
  3. (Martijn v. M.) In het rapport ‘Het Raadsel van de verdwenen hittegolven’ kunnen we bovendien lezen (over de optie van Eelde als homogenisatie-vergelijkingsstation):
    1. “Eerder, bij het tot stand komen van de Centrale Nederlandse Temperatuur (CNT), werd namelijk geconcludeerd dat Eelde daarvoor niet geschikt was”
  4. (Martijn v. M.) P.S. Hierbij kan wel worden aangetekend dat er slechts een keuze kon worden gemaakt uit één van de vijf hoofdstations, maar in het rapport van het KNMI kunnen we ook lezen dat de meetreeks van Eelde pas in 1951 begon als een voortzetting van het oorspronkelijke station in Groningen:

“Eelde started in 1951 and is a continuation of Groningen. Groningen was a city location whereas Eelde is located in an exposed location on the airport 10 km South of Groningen.”

Een volledige parallelmeting voor huttype met nieuwe 1951 locatie lijkt niet voorhanden.

Wel is “recentelijk” het rapport Kramer ’54 beschikbaar gesteld nadat het gedigitaliseerd is. Dit rapport zegt interessante dingen over de vergelijking van diverse huttypes, op pagina 14:

“In deze (Pagode-, red.) hut en een normale Stevenson hut die er vlak bij geplaatst was, zijn gedurende een periode van enkele jaren dagelijks vergelijkende metingen verricht, die als resultaat hebben opgeleverd, dat beide hutten zeer goed overeenkomen ten aanzien van de gemiddelde overdag-temperatuur (gem. verschil over 9 maanden 0.005º, uitersten +0.4º, -0.2ºC) en dat slechts de extremen bij de Stevenson-hut iets minder geprononceerd zijn.

Ook zijn er in de periode 2016-2018 metingen verricht met een nieuwe en een oude (gereconstrueerde) hut. We kunnen hopen dat deze gegevens zo snel mogelijk worden geanalyseerd. Het KNMI heeft met een artikel van Brandsma in Meteorologica zijn visie gegeven op hoe de hutkarakteristieken en locaties zich verhouden tot de eerder gemaakte Eelde-homogenisering.

Op 3 augustus plaatsten de ondezoekers op Rob’s website klimaatgek een analyse van genoemde data die zij eerst in de loop van maart ontvingen van het KNMI. De analyse hiervan laat geen twijfel en komt overeen met bovengenoemd citaat uit Kramer ’54, opgesplitst in twee (drie) hoofdargumenten, betreffende de verschillen door de verandering in huttype respectievelijk ten gevolge van de locatieverandering:

  1. In de meetperiode april 1947 t/m augustus 1950 was het gemiddelde temperatuurverschil Pagode-Stevenson op tropische dagen 0,45 °C. Van de 30 in de Pagode gemeten tropische dagen zijn 5 in de Stevensonhut niet tropisch (17 %). Er is één periode (4-7 juni 1950) met vrij grote verschillen (0,8 – 2,2 graad). Op de allerwarmste dagen is het verschil echter maar 0,2 °C.
  2. In de meetperiode 2016-2018 tussen de nagebouwde Pagodehut en een Stevensonhut was gemiddeld verschil Pagode-Stevenson op tropische dagen 0,41 °C. Van de 15 in de Pagodehut gemeten tropische dagen zijn 2 in de Stevensonhut niet tropisch (13%). Kortom: de beide parallelmetingen rechtvaardigen geen verschillen van 1,2 – 1,9 °C voor alle tropische dagen en geen reductie van het aantal tropische dagen tot 47%.
  3. Om de temperatuurverschillen tussen Pagodehut en Stevensonhut te corrigeren was een gemiddelde correctie van 0,12 °C voldoende geweest.
  4. De invloed van de locatie is aantoonbaar bescheiden: er is gebruik gemaakt van de gegevens die in het interim-rapport verschenen zijn en waarvan de testgegevens lopen van mei 2003 tot mei 2004. Opvallend is dat de gemiddelde Tx per maand van de oude locatie het minste afwijkt van de nieuwe locatie, met maximale afwijkingen van -0,1 °C in juli en ruim 0,1 °C in augustus.
  5. Kijkend naar het temperatuurverloop over de dag: “Maar van belang is de zomersituatie, omdat juist in de zomer de correcties van Tx door het KNMI het grootst zijn, oplopend tot bijna 2 °C. De Tx in de zomer op de nieuwe locatie is ongeveer gelijk aan die van de oude  en rechtvaardigt dus in het geheel geen correctie.”

Opmerkelijk is het initiatief van Pulles en consorte, die ook de “Eelde-correctie” uitvoeren. Verder zijn er geen hele nieuwe gezichtspunten naar voren gekomen, anders dan dat de hut-vergelijkingsmetingen zijn vrijgegeven. Met deze gegevens kunnen we stellen dat de conclusies uit het rapport en het artikel van Wolters zelfs aangescherpt kunnen worden.

De verwoording kunnen we aanpassen om nog sterker te benadrukken hoe zowel de noodzaak als de keuze voor de uitvoering van de correctie aan de orde zijn:

Als alle stations een resultaat geven dat geen homogenisatie noodzakelijk maakt, maar alleen Eelde wel, dan is de gevoeligheid voor de keuze Eelde allesbepalend en moet je uitzonderlijk sterke argumenten aanvoeren om alleen Eelde te kiezen. Juist bij dat soort hoge gevoeligheden moet je naar ensembles toe om de gevoeligheid te verkleinen.

Conclusie (3/8/’19): de data verkregen uit diverse parallelle metingen tussen 1947 en 2018 laten zien dat er sprake is van een sterke overcorrectie van T_max van De Bilt door de toegepaste homogenisatie. De verplaatsing laat geen effect zien op de zomer-T_max en de kleine temperatuurverschillen tussen Pagodehut en Stevensonhut alléén rechtvaardigen ons inziens op geen enkele wijze de drastische homogenisatie van het KNMI.

Ziehier de opname van de presentatie op De Ontgroeningsdag: