KNMI blijft Oost-Indisch doof voor “Het raadsel van de verdwenen hittegolven”

Vreemde toename in aantal hittegolven

We zitten midden in een hittegolf, met nieuwe temperatuurrecords, en dat is natuurlijk het gesprek van de dag.
Ook vorig jaar was er een hittegolf, en toen kwam het KNMI met het bericht dat door klimaatverandering het aantal hittegolven in Nederland in de afgelopen eeuw enorm was toegenomen, en we dus maar moesten rekenen op steeds meer hittegolven in de toekomst!

Vreemd, dacht een aantal deskundigen rond Marcel Crok, dat is nieuw voor ons. Wereldwijd zit er geen stijgende trend in weersextremen zoals orkanen, droogtes en overstromingen, en maar zeer beperkt en op sommige plaatsen in hittegolven. Dat stelt zelfs het IPCC. Waarom in Nederland dan opeens wel?
Dus gingen ze kijken wat er aan de hand was.

Het gaat niet om homogenisatie, het gaat over de manier waarop die hier is uitgevoerd. Dat wisten we bij de GRK redactie al wel, maar we zien dat de KNMI communicatielijn lijkt te bestaan uit a) negeren van het onderzoek en b) het het wijzen op de noodzaak van een homogenisatie die nou eenmaal voor trendanalyses vaak nodig is.

Dit kan de oppervlakkige toeschouwer wellicht bevredigen, maar deze triviale vaststelling was nu juist het startpunt van het hele onderzoek, dat uitmondde in de vaststelling van “onverdedigbare keuzes”, volgens het rapport. Waaróm Eelde als vergelijkingsstation in plaats van bijvoorbeeld een Duits-Nederlands ensemble en waaróm valt die Eelde (over-)correctie niet te reproduceren? En hoe zit dat met die parallelmeting? Zuivere vragen, zou je zeggen.

Het KNMI bleek niet geneigd verder constructief mee te werken na de publicatie van de onderzoeksresultaten rond de Ontgroeningsdag. Tekenend is dat men daar zelfs naar verluidt het rapport weigert te lezen. De directie alleen al omdat de subtitel “het raadsel van de verdwenen…” daar al in het verkeerde keelgat schoot; de hakken gaan in het zand. Dat is misschien wel net zo begrijpelijk als het betreurenswaardig is. Klimaat maakt meer kapot dan je lief is, lijkt van toepassing.  Maar we zullen toch verder moeten. De vraagtekens zijn gewoonweg te groot.

Theo Wolters heeft op grond van zijn kenmerkende helikopterblik deze beknopte samenvatting geschreven. Wij vonden dit geslaagd als introductie en samenvatting en hebben hem daarom met en van  Climategate gedeeld. Daar is ook een vurige discussie te vinden.

De onderste steen halen we graag naar boven. Erkennen van de feiten is voor iedereen uiteindelijk beter, het achterhalen ervan is de missie van de echte wetenschapper en ingenieur. Met open vizier in wat lijkt te verworden tot een strijd waar het een constructieve discussie had kunnen zijn. Laten we het netjes houden.

Het gaat niet om homogenisatie, het gaat over de manier waarop die hier is uitgevoerd. Dat wisten we bij de GRK redactie al wel, maar we zien dat de KNMI communicatielijn lijkt te bestaan uit a) negeren van het onderzoek en b) het het wijzen op de noodzaak van een homogenisatie die nou eenmaal voor trendanalyses vaak nodig is.

Dit kan de oppervlakkige toeschouwer wellicht bevredigen, maar deze triviale vaststelling was nu juist het startpunt van het hele onderzoek, dat uitmondde in de vaststelling van “onverdedigbare keuzes”, volgens het rapport. Waaróm Eelde als vergelijkingsstation in plaats van bijvoorbeeld een Duits-Nederlands ensemble en waaróm valt die Eelde (over-)correctie niet te reproduceren? En hoe zit dat met die parallelmeting? Zuivere vragen, zou je zeggen.

Het KNMI bleek niet geneigd verder constructief mee te werken na de publicatie van de onderzoeksresultaten rond de Ontgroeningsdag. Tekenend is dat men daar zelfs naar verluidt het rapport weigert te lezen. De directie alleen al omdat de subtitel “het raadsel van de verdwenen…” daar al in het verkeerde keelgat schoot; de hakken gaan in het zand. Dat is misschien wel net zo begrijpelijk als het betreurenswaardig is. Klimaat maakt meer kapot dan je lief is, lijkt van toepassing.  Maar we zullen toch verder moeten. De vraagtekens zijn gewoonweg te groot.

Theo Wolters heeft op grond van zijn kenmerkende helikopterblik deze beknopte samenvatting geschreven. Wij vonden dit geslaagd als introductie en samenvatting en hebben hem daarom met en van  Climategate gedeeld. Daar is ook een vurige discussie te vinden.

De onderste steen halen we graag naar boven. Erkennen van de feiten is voor iedereen uiteindelijk beter, het achterhalen ervan is de missie van de echte wetenschapper en ingenieur. Met open vizier in wat lijkt te verworden tot een strijd waar het een constructieve discussie had kunnen zijn. Laten we het netjes houden.

KNMI paste data uit het verleden aan

Al snel bleek dat hun vermoeden klopte: tot voor kort was het aantal hittegolven in de eerste helft van de vorige eeuw inderdaad ongeveer even groot als in de tweede helft. Maar twee jaar geleden heeft het KNMI de temperatuurreeks van De Bilt ingrijpend aangepast, waardoor de warmste dagen van voor 1950 maar liefst tot twee graden koeler werden gemaakt, en het aantal hittegolven in die periode terugliep van 23 naar 7. Dat noemt het KNMI een noodzakelijke “homogenisatie”.
Opeens leek er over de vorige eeuw een enorme stijging te zitten in het aantal hittegolven, en kon dit opgevoerd worden als onderbouwing dat ook Nederland zwaar getroffen zal worden door klimaatverandering.

De groep experts heeft vervolgens een zeer grondig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de noodzaak en uitvoering van deze homogenisatie, en daarbij overtuigend aangetoond dat er geen goede onderbouwing gegeven wordt voor een zo drastische aanpassing.
(Download hier het rapport “Het raadsel van de verdwenen hittegolven”, of bekijk het Café Weltschmerz interview hierover met Marcel Crok.) Veel vaste lezers herinneren zich nog de presentatie van het viertal gedurende de Ontgroeningsdag.

Geen correctie of weerlegging

Het KNMI weigert op het onderzoek in te gaan en houdt vol dat de homogenisatie terecht was. En dus zullen we de komende dagen in de media weer te horen krijgen dat door de klimaatverandering de hittegolven sterk zullen toenemen, en dat het allemaal nog veel erger wordt dan deze week als we niet snel stoppen met CO2 uitstoten, van het gas af gaan, het land vol windmolens zetten etcetera, etcetera.

Het Financieele Dagblad als eerste
In een verder overigens instructief en correct artikel baseert het FD zich in “Niet voor elk hitteplan is een hittegolf nodig” op die nieuwe data van het KNMI:
“Sinds 1901 zijn zesentwintig hittegolven geteld. Die volgen elkaar de laatste jaren sneller op.“
Daarbij wordt deze figuur getoond, die dit zeer duidelijk illustreert:

Van een dergelijk scheef beeld gaat toch een zekere iconische werking uit; voor sommigen is het misschien wel angstaanjagend.

Maar hoe anders wordt dit beeld als we kijken naar de data zoals die tot 2016 golden:

originele KNMI data hittegolven

De groene hittegolven zijn volgens het onderzoek onterecht gesneuveld bij de KNMI homogenisatie van 2016.

We zien de periode 1945 tot 1970 zonder hittegolven goed terug in deze tweede illustratie, maar de periode daarvoor had dus ongeveer evenveel hittegolven als die erna. Het hittegolven-argument als onderbouwing van de voorspelling van een gevaarlijke opwarming van Nederland is dus niet bruikbaar.

Maar de aarde warmt toch op?

Jazeker, daar is iedereen het over eens. De hele wereld heeft een paar bar koude eeuwen gekend, zoals in geen 10.000 jaar meer was voorgekomen. Maar sinds 1900 is de aarde gelukkig weer aan het opwarmen. Wereldwijd met iets minder dan een graad, in Nederland wat meer. We hebben dus hopelijk nog even voor de onvermijdelijke volgende ijstijd toeslaat.

Maar daar hebben de hittegolven niets mee te maken: die komen voort uit weersystemen. Het is nu zo warm omdat er heel hete lucht uit zuid Spanje in een soort corridor tussen een hoge- en een lagedrukgebied naar Nederland wordt geleid. Dat kan best een aantal jaren achter elkaar gebeuren. Net zoals het in de noordelijke staten in de VS de laatste jaren elke winter juist ongekend koud is door een koppig hogedrukgebied dat daar tegenwoordig elke winter blijft hangen. Weersystemen veranderen nu eenmaal voortdurend, wat lokaal tot ingrijpende veranderingen kan leiden, zowel afkoelend als opwarmend.

Het al dan niet toenemen van het aantal hittegolven in Nederland in de afgelopen eeuw zegt dus niets over de recente opwarming van de aarde, ook al is die opwarming wel een feit. En ook niets over hoeveel hittegolven er in de toekomst in Nederland zullen zijn. En het zegt al helemaal niets over de eventuele gevolgen van onze CO2 uitstoot, en de noodzaak van een zeer ingrijpend klimaatbeleid.

Wat deed het KNMI eigenlijk fout?

Er is volgens het rapport heel wat mis met de homogenisatie van drie jaar geleden, en we hopen dat het KNMI hierover tóch in discussie zal willen gaan.

Maar de kern van het bezwaar is dat het KNMI in 2016 teruggekomen is op de manier waarop het in 1951 het in gebruik nemen van een nieuwe meethut heeft verwerkt in de temperatuurreeks van De Bilt.  Blijkbaar heeft men in de ogen van de huidige KNMI wetenschappers toen grote blunders begaan, want de aanpassingen zijn enorm! Het KNMI wordt geacht de temperatuur vast te leggen met een nauwkeurigheid van 0,1 graad, dus is een bijstelling van maar liefst 2 graden wel een enorme klap in het gezicht van de toenmalige wetenschappers.

(Lees in dit verband op pag 24 de prachtige Micro-Meteorologische Mijmering van professor Henk de Bruin over de KNMI homogenisatie.)

Bedenk wel dat de homogenisatie pas 70 jaar na dato plaatsvond, over een periode van tussen 120 en 70 jaar geleden. Het is een raadsel waarom de al zo lang officieel vaststaande temperatuurreeks nu opeens zo drastisch overhoop gegooid moest worden. Men komt aan die buitensporige 2 graden correctie door de homogenisatie vooral te baseren op één vergelijkingsstation, Eelde, dat dichter bij zee en veel noordelijker ligt dan De Bilt. En dat meetwaardes kent die sterk van de andere meetstations afwijken. Als je de bestaande temperatuurreeks van De Bilt met andere stations dan Eelde vergelijkt, met name die meer naar het zuiden en oosten liggen (waar de lucht meestal vandaan komt bij hittegolven) blijkt er zo goed als geen correctie nodig te zijn. De ingrijpende homogenisatie die tot het verdwijnen van de vroege hittegolven heeft geleid was dus overbodig en onjuist.

Het KNMI zou er goed aan doen om dat toe te geven, en de oude vertrouwde De Bilt temperatuurreeks van voor 2016 in ere te herstellen, tot – zo nodig! – een correct uitgevoerde homogenisatie heeft plaats gevonden. En in ieder geval dienen de hittegolven in De Bilt niet meer gebruikt te worden in de klimaatdiscussie.

Het beste van de Climategate.nl “hittegolvendiscussie”

Het KNMI houdt zijn kruit voorlopig blijkbaar droog. De kwalificaties die het instituut over heeft voor diegenen die haar werk narekenen, zijn weinig flatteus en geven ons te denken. Bij gebrek aan debat met het KNMI, resteert ons gelukkig de onvolprezen blogosfeer waar zinnige discussie is te ontwaren. Dat vereist enig filteren van de juweeltjes. Dat hebben wij gedaan en dus volgt hier volgt een selectie van de meest waardevolle commentaren uit de 250 commentaren op Climategate.nl, aangevuld met enkele conclusies van het ten opzichte van Climategate antagonistische klimaatverandering.com.

Deze compilatie draagt naar het idee van DGRK bij aan een vruchtbaar debat en publieke oordeelsvorming.

Zo hier en daar vullen we discussie aan met naar ons inziens ontbrekende informatie en commentaren (DRGRK red.).

originele KNMI data hittegolven

Punt voor punt de diepte in…

  1. (TW) “een aantal deskundigen rond Marcel Crok”
    1. (HdJ) “Neen, het zijn geen deskundigen, het zijn gewoon geïnteresseerde amateurs, die wel overtuigd zijn het zelf allemaal beter te weten dan deskundigen…”
      1. > (Aad) Dan moet het voor die deskundigen toch eenvoudig zijn de bevindingen van de “amateurs” te weerleggen? De discussie is dan snel gesloten.
      2. < Deskundigen gaan doorgaans niet in discussie met amateurs, omdat de amateurs ten eerste doorgaans menen het zelf zoveel beter te weten, ten tweede omdat ze onvoldoende kennis hebben om een discussie te voeren, en ten derde omdat amateurs niet open staan om objectief naar het geheel van alle argumenten te kijken (alhoewel ze beweren wel open te staan, maar dat is gewoon een bewering om geloofwaardigheid te creëren).
      3. > (Aad) Door nu eens wel in discussie te gaan en met steekhoudende argumenten aantonen dat Crok en co het bij het verkeerde eind hebben is de discussie voor eens en altijd gesloten. Versterkt het beeld van de betrouwbaarheid van het KNMI. Nu blijft de twijfel voort etteren. Angst om de waarheid onder ogen te zien. De angst of af te gaan.
  1. TW: “De groep experts heeft vervolgens een zeer grondig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de noodzaak en uitvoering van deze homogenisatie”
    1. > (HdJ) “Nee, dit was geen grondig onderzoek, maar eens zoektocht naar argumenten om de vooraf ingenomen ‘conclusie’ te kunnen ‘bevestigen’. Het is opgebouwd uit verschillende zwakke drogargumenten.”
    2. < (Aad) Welke drogargumenten dan Henk?
    3. > (HdJ) Stonden al in mijn reactie, maar blijkbaar wilde je dat negeren (bvb dat er geen motivatie zou zijn voor Eelde, dat er geen noodzaak is voor homogenisatie,….)
    4. < (Aad) Nee Henk, die stonden niet in je reactie. Noem ze maar even. Want ik snap het niet.
  1. (TW) “Crok & co tonen aan dat er is over-gecorrigeerd”
    1. > (HdJ) “Nee, dat hebben ze niet aangetoond. Zoals Ronald trouwens al schreef, door de uitgevoerde correctie komen de data van de Bilt mooi overeen met die van België, maar dat lees je nergens in het rapport van Crok & co!”
    2. < (Aad) Alleen maar wellus nietus Henk.
    3. > (JvdLaan) Er is niet overgecorrigeerd, zo toont Tinus Pulles hier aan:
      https://klimaatverandering.wordpress.com/2019/07/22/analyse-van-de-knmi-homogenisatie/#comment-38802
  2. (TW) “Het KNMI … houdt vol dat de homogenisatie terecht was”
    1. > (HdJ) “Lees het rapport eens goed: Crok & co bevestigen ook dat een homogenisatie terecht is!”
    2. < (Aad) Dat klopt. Als je van meethut en plaats verandert moet dat ook. Zij tonen aan dat er is over-gecorrigeerd.
  3. (TW) “Illustratie van het FD, aangepast door De Groene Rekenkamer”
    1. > (HdJ) “Dat is dus een misleidende illustratie, want houdt geen rekening met de noodzaak van homogenisatie. Crok & co bevestigen dat homogenisatie noodzakelijk is, dus een grafiek met data zonder homogenisatie is dus gewoon bewust misleiden!”
    2. < (Aad) Nee, Crok & co tonen aan dat er is over-gecorrigeerd. Dan is het eerste plaatje juist misleiding!
  4. (TW) “Blijkbaar heeft men in de ogen van de huidige KNMI wetenschappers toen grote blunders begaan,”
    1. > (HdJ) “Lees het rapport eens goed: Crok & co bevestigen ook dat de aanpassingen van 1951 niet goed zijn uitgevoerd!
      Op dat punt zijn ze het dus eens met het KNMI en het is dus niet enkel “in de ogen van de huidige KNMI” maar ook in de ogen van “Crok & co””
    2. < (Aad) Dat klopt. Als je van meethut en plaats verandert moet dat ook. Zij tonen aan dat er is over-gecorrigeerd. (2e x)
      1. < (DGRK, red.) Beide claims hierboven zijn onjuist. Dijkstra (Dijkstra, de Vos, Ruis, Crok) beweren dat 1) uitvoering niet reproduceerbaar was (overcorrectie), 2) dat keuze voor vergelijkingsstation arbitrair was en dat 3) noodzaak voor homogenisatie niet afdoende is aangetoond. Dit is in strijd met  reactie 1) en slechts deels in overeenstemming met reactie 2).
    3. (TW) “een bijstelling van maar liefst 2 graden”
      1. > (HdJ) “Dit is misleiding! De meeste dagen zijn bijgesteld met kleine fracties van een graad. Alleen de warmste dagen zijn bijgesteld met grotere correcties. En dat is logisch: het gaat over oude metingen in een pagodahut, en het is algemeen geweten dat de temperatuur daaronder veel meer kan oplopen dan in een Stevensonhut. Er zijn slechts 87 van de 18.505 dagen (0.4%!!!) die gecorrigeerd werden met 1.9°C (en geen enkele met 2.0°C!!!)”
      2. < (Aad) De grote bijstelling van de warmste dagen veroorzaakt nou juist de vermindering van het aantal hittegolven. En Crok en co laten zien dat dit onterecht is. (3e x)
      3. > (T. Pulles, Op de website klimaatverandering.com, red.) “Omdat de oude methode op de warmste dagen een hogere temperatuur registreert dan de nieuwe, beïnvloedt de homogenisatie ook de conclusie dat het in De Bilt op de warmste dagen in de loop van de tijd warmer wordt. Dit voedt het wantrouwen in die homogenisatie bij veel niet-meteorologen, vooral op Twitter, in de Telegraaf en in Elsevier Weekblad. Dat wantrouwen wordt veelvuldig gevoed door een rapport van Marcel Crok en medewerkers (https://clintel.nl/hittegolven-geschrapt/).”
        “Tegen deze achtergrond hebben wij met vooral een statistische blik naar de meetcijfers van De Bilt gekeken.”
        “Conclusies:

          1. De waarnemingen van de hogere temperaturen in De Bilt vertonen een duidelijke discontinuïteit voor het moment waarop de oude meethut werd vervangen door een nieuwere in 1951
          2. Hoe hoger de temperatuur, hoe hoger het verschil tussen de temperatuur als gemeten met de oude hut en de nieuwe hut
          3. De nieuwe meethut registreert tot wel 3 graden Celsius lagere temperaturen dan de oude (cursivering DGRK, red.)
      4. < (DGRK red.) Punt 2) in de analyse van Pulles (3) doet voorkomen alsof de statistische correctie berust op een directe vergelijking in een parallel meting (“registreert”). Is dit juist? (op basis van een recentelijk, na het KNMI Brandsma 2016 rapport, nagebouwde Pagode?)
        1. Zo niet, dan bestaat genoemde vergelijking alleen in zijn regressies voor twee afzonderlijke periodes, aangezien aanvankelijk helemaal geen parallelle metingen voorhanden waren (dit is deels onjuist, zie het artikel van TW en de verwijzing in het artikel van De Bruin naar  het rapport van Kramer).
  1. (TW) “Maar de aarde warmt toch op? Jazeker, daar is iedereen het over eens.”
    1. > (HdJ) “Is dat zo, Theo Wolters (Admin)? Hans Labohm (Hoofdredacteur) beweert al 15 jaar dat het gaat afkoelen. Of indien hij schoorvoetend moet toegeven dat het de afgelopen jaren wat is opgewarmd, dan voegt hij er graag aan toe dat het toch binnenkort terug gaat afkoelen. Ga eens met je baas praten!”
    2. < (Aad) Iedereen is het er overeen dat de aarde sinds de industrialisatie is opgewarmd. De laatste 20 jaar is het nagenoeg niet opgewarmd.
    3. > (HdJ) “Maar de aarde warmt toch op?”
      “Goed dat je het daar mee eens bent. En dan is het toch logisch dat er meer hittegolven zijn? Dus waarom dit achterhoedegevecht om toch maar te proberen overtuigen dat er niet meer hittegolven zijn? Probeer gewoon eens een intern consistent verhaal te brengen!”
    4. < (Aad) Het extreem toenemen van het aantal hittegolven suggereert dat de aarde in hoog tempo opwarmt. En dat is niet zo. Propaganda dus.
  2. (TW) De laatste 20 jaar is het nagenoeg niet opgewarmd. ”
    1. > (HdJ) “Behalve dan dat het 2001-2010 warmer was dan 1991-2000. En dat 2011-2018 warmer is dan 2001-2010.
      Enkel indien we de feiten negeren en de blogjes geloven, kunnen we akkoord zijn met je bewering! (NB, dit bevestigt wat ik schreef: ” ten derde omdat amateurs niet open staan om objectief naar het geheel van alle argumenten te kijken”)”
    2. < (Aad) Nagenoeg betekent bijna niet. Dat is wat anders dan niet. Crok en co zijn geen amateurs. Amateurs zijn mensen die bijvoorbeeld als manusje van alles werken in een koekjesfabriek in Delft.
  3. TW “Het al dan niet toenemen van het aantal hittegolven in Nederland in de afgelopen eeuw zegt dus niets over de recente opwarming van de aarde”
    1. (HdJ) “Op zich klopt dit, maar wanneer je het geheel van kennis van de klimaatwetenschap er bij haalt, dan klopt het plaatje wel: de lokale opwarming in Nederland is het best te verklaren als deel van een globale opwarming.”
    2. < (Aad) Zie vorig commentaar (1.4, red.)
  1. TW “…. de homogenisatie vooral te baseren op één vergelijkingsstation, Eelde”
    1. (HdJ) “Die keuze voor Eelde is wel goed gemotiveerd door het KNMI. Het staat in het antwoord dat het KNMI gaf aan Crok & co, en dat in bijlage 3 van het rapport staat. Het is een keuze die moest gemaakt worden, en elke keuze is een compromis. Indien het KNMI een andere aanpak had genomen, dan hadden de kritikasters wel een ander ‘argument’ gevonden om dat aan te vallen!”
    2. < (Aad) De warmte in Nederland komt uit het (zuid) oosten. Daarom ligt een oostelijk gelegen referentie meetpunt meer voor de hand. Crok en co onderbouwen dat ook.
  2. TW “…de keuze voor Eelde zijn juist totaal niet onderbouwd”
    1. (TW) “Men heeft behoorlijk vreemd zitten corrigeren met de warmste dagen, met als resultaat dat 16 van de 24 hittegolven verdwenen. Dat heeft niets met de gemiddelde temperatuur te maken.
      En de noodzaak van de aanpassing en de keuze voor Eelde zijn juist totaal niet onderbouwd.
      Als je het rapport te ingewikkeld vindt, luister dan naar het Weltschmerz Interview.”
    2. > (HdJ) “Theo, om je eigen woorden te gebruiken: “Lees het rapport eens zou ik zeggen”?
      Daarin staat in bijlage 3 een tekst van het KNMI waarin zijn onderbouwen waarom Eelde werd gekozen. Het is een keuze die moest gemaakt worden, en elke keuze is een compromis. Indien het KNMI een andere aanpak had genomen, dan hadden de kritikasters wel een ander ‘argument’ gevonden om dat aan te vallen!”
    3. > (Ronald) “Theo, de keuze voor Eelde is netjes uitgelegd. Na homogenisatie klopt de hittegolven reeks ook veel beter met die van België. Zoals je zou verwachten aangezien de hitte uit het zuiden komt. Het eindresultaat is dus consistent.
      Een andere keuze geeft een ander resultaat, maar is dat noodzakelijk beter? En hoe kwantificeer je “beter”?
      Sceptici maken het groter dan strikt noodzakelijk.”
    4. < (DGRK red.) “Totaal niet onderbouwd” van TW in de context hierboven dient gelezen te worden als “niet bevredigend onderbouwd”. Juist het hele punt van de heersende windrichting (Z/W – richting Eelde) is een verkeerde reden om een correctie toe te passen voor een conditie (hitte) die juist bij overwegend Z en Z/O windrichting optreedt. Vandaar dat in het rapport alternatieve homogenisaties op basis van Beek of het Duits-Nederlands ensemble worden beschouwd die vervolgens geen of nauwelijks effect op het aantal hittegolven opleveren. Zodoende wordt de keuze voor Eelde “arbitrair”, ook al omdat de beschikbare overlap tussen Eelde en De Bilt slechts 4 jaar was (of, zo later bleek 4 jaar en 8 maanden) en de gevoeligheid voor die tijdsperiode ook nog eens zeer groot bleek te zijn.
  3. (Martijn v. M.) In het rapport ‘Het Raadsel van de verdwenen hittegolven’ kunnen we bovendien lezen (over de optie van Eelde als homogenisatie-vergelijkingsstation):
    1. “Eerder, bij het tot stand komen van de Centrale Nederlandse Temperatuur (CNT), werd namelijk geconcludeerd dat Eelde daarvoor niet geschikt was”
  4. (Martijn v. M.) P.S. Hierbij kan wel worden aangetekend dat er slechts een keuze kon worden gemaakt uit één van de vijf hoofdstations, maar in het rapport van het KNMI kunnen we ook lezen dat de meetreeks van Eelde pas in 1951 begon als een voortzetting van het oorspronkelijke station in Groningen:

“Eelde started in 1951 and is a continuation of Groningen. Groningen was a city location whereas Eelde is located in an exposed location on the airport 10 km South of Groningen.”

Een volledige parallelmeting voor huttype met nieuwe 1951 locatie lijkt niet voorhanden.

Wel is “recentelijk” het rapport Kramer ’54 beschikbaar gesteld nadat het gedigitaliseerd is. Dit rapport zegt interessante dingen over de vergelijking van diverse huttypes, op pagina 14:

“In deze (Pagode-, red.) hut en een normale Stevenson hut die er vlak bij geplaatst was, zijn gedurende een periode van enkele jaren dagelijks vergelijkende metingen verricht, die als resultaat hebben opgeleverd, dat beide hutten zeer goed overeenkomen ten aanzien van de gemiddelde overdag-temperatuur (gem. verschil over 9 maanden 0.005º, uitersten +0.4º, -0.2ºC) en dat slechts de extremen bij de Stevenson-hut iets minder geprononceerd zijn.

Ook zijn er in de periode 2016-2018 metingen verricht met een nieuwe en een oude (gereconstrueerde) hut. Hier volgen (later) nog de opmerkingen die op deze gegevens worden gebaseerd.

Er zijn geen nieuwe gezichtspunten naar voren gekomen. Zonder extra informatie van het KNMI, kunnen we stellen dat de conclusies uit het rapport en het artikel van Wolters onverkort gehandhaafd kunnen worden.

De verwoording kunnen we aanpassen om nog sterker te benadrukken hoe zowel de noodzaak en keuze voor de uitvoering van de correctie (keuze vergelijkingsstations) aan de orde zijn:

Als alle stations een resultaat geven dat geen homogenisatie noodzakelijk maakt, maar alleen Eelde wel, dan is de gevoeligheid voor de keuze Eelde allesbepalend en moet je uitzonderlijk sterke argumenten aanvoeren om alleen Eelde te kiezen. Juist bij dat soort hoge gevoeligheden moet je naar ensembles toe om de gevoeligheid te verkleinen.

Zeker als je Eelde bij andere onderzoeken juist buiten beschouwing laat vanwege de afwijkende meetwaardes, is dit inconsistent en op basis van de verstrekte informatie onverdedigbaar.

Ziehier de opname van de presentatie op De Ontgroeningsdag: