SriLanka

foto: Getty images

Kan de biologische landbouw de wereld voeden?

door C.D. van Loon, Lelystad , maart 2024

Samenvatting

De biologische landbouw staat op wereldschaal nog in de kinderschoenen. Slechts 1,6% van het landbouwareaal in de wereld wordt biologisch beteeld. Biologische landbouw is aantrekkelijk uit een oogpunt van bodemvruchtbaarheid en diervriendelijkheid. Er worden geen synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt maar wel natuurlijke die soms ook schadelijk of giftig zijn. Vooral in de politiek wordt de biologische teelt in toenemende mate gewaardeerd. Een deel van de consumenten denkt dat biologische producten gezonder en lekkerder zijn dan gangbaar geproduceerd voedsel. Dit is echter niet wetenschappelijk aangetoond. Tegenover de hierboven genoemde positieve punten van biologisch staan echter twee belangrijke negatieve aspecten. De belangrijkste is het feit dat de opbrengsten per hectare van de biologische teeltwijze, in Europa en Noord Amerika, gemiddeld circa 30% lager zijn dan van gangbaar geteelde gewassen. Dit geldt niet voor kleine bedrijven van een paar ha in ontwikkelingslanden, die niet over productiemiddelen van buiten het bedrijf beschikken. Om eenzelfde opbrengst te bereiken als gangbaar  in Europa en Noord Amerika, is vanwege het verschil in opbrengst per ha, 40% meer grond nodig. Tegen de achtergrond van een zich nog steeds uitbreidende wereldbevolking is dat onverantwoord, want het ziet er niet naar uit dat je met zo’n tekort aan grond de wereld zult kunnen voeden. Meer landbouwgrond kan alleen worden bereikt door bossen te rooien en/of natuurgebieden om te ploegen. Dat gaat in tegen het huidige natuurbeleid in Nederland en de EU.

Inleiding

De biologische landbouw is ontstaan in het eerste kwart van de 20e eeuw toen sommige landbouwkundigen een oplossing zochten voor afnemende bodemvruchtbaarheid en zich afzetten tegen het gebruik van kunstmest, dat de groei van gewassen te veel zou opjagen. Pas na de 2e wereldoorlog is het areaal biologische landbouw verder toegenomen, hoofdzakelijk in Europa en de VS. Inmiddels is er ook in andere werelddelen een groeiende interesse om biologisch te produceren. De biologische landbouw is populair in de politiek. Het bestuur van de EU wil dat er in 2030 op 25% (nu 8,5%) van het landbouwareaal biologische landbouw wordt bedreven (1). In Nederland heeft de Regering besloten om een transitie naar 15% biologische landbouw door te voeren in 2030. Er wordt in Nederland al 20 jaar geprobeerd om tot 10% te geraken maar we zijn nog steeds niet verder dan 4%. Er is dus nog een lange weg te gaan. In Afrika, Azië en Zuid Amerika wordt in het kader van Ontwikkelingshulp door NGO ’s en anderen de biologische landbouw sterk naar voren geschoven. 
Een belangrijke vraag, waarover nauwelijks discussie heeft plaats gevonden, is of de wereld wel gevoed kan worden via biologische landbouw. In dit artikel zal hierop nader worden ingegaan. Maar eerst zal aandacht worden besteed aan de verschillen tussen biologische- en gangbare landbouw en zal een overzicht worden gegeven van de huidige omvang van de biologische landbouw in de wereld.

Verschillen tussen biologische- en gangbare landbouw

De regels voor de biologische landbouw zijn in grote lijnen gelijk in de wereld. Toch zijn er wel verschillen, bijvoorbeeld betreffende producten die wel of niet mogen worden gebruikt. De EU heeft regels vastgesteld die door alle EU-landen moeten worden toegepast (2).
Ten opzichte van de gangbare landbouw onderscheidt de biologische landbouw zich in hoofdzaak op vier terreinen: de biologische landbouw gebruikt geen kunstmest, geen synthetische gewasbeschermingsmiddelen en maakt geen gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen. Daarnaast besteedt de biologische landbouw meer aandacht, dan de meeste gangbare bedrijven, aan het gezond houden van de bodem voor wat betreft structuur van de grond en het voorkómen van besmetting met ziekten en plagen. Zo houdt de biologische landbouw een langere gewasrotatie (tenminste 6 jaar) aan dan de gangbare evenknie. Dat wil zeggen dat men bij de biologische landbouw over een langere periode niet met hetzelfde gewas op hetzelfde perceel terugkomt. Bij de volgorde van de gewassen wordt ernaar gestreefd om de kans op het optreden van ziekten zo klein mogelijk te maken. Ook bepaalt de hoeveelheid stikstof in de grond mede de gewasopvolging. De soortenrijkdom is op biologische bedrijven, zowel boven- als ondergronds groter dan op gangbare bedrijven (3,4)
Voor wat betreft de veehouderij, wordt, ten opzichte van de gangbare landbouw, meer aandacht besteed aan dierenwelzijn, zo krijgen dieren in de biologische landbouw meer ruimte om zich vrij te bewegen. Verder worden geen hormonen gebruikt en wordt de toepassing van antibiotica tot een minimum beperkt (29) Wel mogen biologische glastuinders het CO2-gehalte in de kas verhogen om een hogere opbrengst te verkrijgen (35).

Bemesting

De stikstofbemesting is een van de belangrijkste knelpunten van de biologische landbouw. Kunstmeststikstof werkt snel. Daardoor kan het gewas zich snel ontwikkelen. Daarentegen komt de stikstof uit de in de biologische landbouw gebruikte organische meststoffen, zoals dierlijke mest, organische stof van groenbemestingsgewassen of compost slechts langzaam vrij. Dat is vooral het geval bij de lage bodemtemperaturen in het voorjaar (30). Een en ander heeft een trage gewasontwikkeling tot gevolg met als consequentie versterkte onkruidgroei en uiteindelijk lagere opbrengsten ten opzichte van gangbare gewassen die zich met kunstmest wel snel kunnen ontwikkelen.
Om stikstof te genereren maken biologische telers ook gebruik van stikstofbindende gewassen, de Vlinderbloemigen, zoals klaver, erwten en bonen. Onder invloed van Rhizobium-bacteriën worden op de wortels van gewassen uit deze plantenfamilie wortelknolletjes aangelegd, De Rhizobium-bacteriën in deze wortelknolletjes kunnen stikstof uit de lucht binden en omzetten tot ammonium (5). Deze ammonium kan door de plant als stikstofbron worden gebruikt
In het jaar 2000 bestond, in Nederland, 20% van het areaal van de biologische akkerbouw en vollegronds groententeelt uit stikstofbindende gewassen (6). Recent is nog een tweetal producten op de markt gekomen in de vorm van stikstofbindende bacteriën die over het gewas gespoten kunnen worden en dan in bladeren en wortels uit de lucht stikstof vastleggen. Beide zijn toegelaten voor de biologische landbouw (31,32). Door deze nieuwe ontwikkelingen is de stikstofvoorziening iets gemakkelijker geworden voor de sector. In landen met relatief weinig veeteelt is slechts beperkt organische mest beschikbaar. Dit bemoeilijkt een goede voorziening van de gewassen met voedingsstoffen aanzienlijk. In dat geval zal gewerkt moeten worden met groenbemesters en al dan niet gecomposteerd plantaardig afval, naast producten als bloed en beendermeel etc . Dit alles is echter maar beperkt beschikbaar, hetgeen grootschalige uitbreiding van de biologische landbouw in de weg staat. De beide andere belangrijke voedingselementen voor de plant, kali en fosfor vormen nauwelijks een probleem voor de biologische landbouw. Ze komen meestal in ruime mate voor in dierlijke mest en , zij het in mindere mate, in compost. Bovendien zijn ze –zo nodig- voor de biologische landbouw beschikbaar als ruw kalizout en ruw fosfaat (33).

Ziektenbestrijding

In de biologische landbouw mogen geen synthetische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt (33) Alleen natuurlijke bestrijdingsmiddelen zijn toegestaan maar die zijn soms ook giftig of schadelijk. Als gevolg hiervan kunnen lang niet alle ziekten en plagen effectief worden bestreden. Voor verschillende ziekten zijn geen natuurlijke middelen beschikbaar of zijn deze minder effectief. Deze situatie leidt er vaak toe dat opbrengsten van gewassen lager zijn dan bij een effectieve bestrijding en/of tot een minder goede kwaliteit van de oogst. Tegen deze achtergrond wordt in de biologische landbouw veel aandacht besteed aan preventie van ziekten en plagen (36). Dit gebeurt door te streven naar het voorkomen van besmetting van de grond door ziekten en plagen. Hiertoe wordt een lange gewasrotatie aangehouden, waarbij hetzelfde gewas slechts eens per 6 of 7 jaar op hetzelfde perceel wordt geteeld. Ook de volgorde van de gewassen speelt een rol bij de bestrijding van ziekten en plagen. Een andere belangrijke preventieve vorm van ziektebestrijding is het gebruik van resistente rassen. De resistentie is vaak het gevolg van de aanmaak, door de plant, van natuurlijke bestrijdingsmiddelen. 
Als geen synthetische gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt gaan planten meer natuurlijke pesticiden aanmaken wanneer ze gestressed of beschadigd zijn als gevolg van ziekten of plagen. Amerikaanse onderzoekers schatten dat de consument in de VS hierdoor dagelijks 1,5 gram natuurlijke pesticiden met etenswaren binnen krijgt tegenover slechts een paar milligram aan residuen van synthetische middelen (36).
In de EU mogen door de biologische landbouw onder meer de volgende bestrijdingsmiddelen worden gebruikt (33) (tabel 1):

Tabel 1: 

Biologisch toegestane bestrijdingsmiddelen werking dosering en overwegingen
Kopersulfaat,

Koperoxychloride

tegen schimmelziekten maximaal 28 kg koper/ha in een 7-jarige periode;

giftig voor mensen en zeer giftig voor waterorganismen; hoopt zich op in de bodem.

Pyrethrine insecticide mits uit planten geproduceerd
Spinosad insecticide erg giftig voor in water levende organismen en regenwormen.
(Elementair) zwavel tegen schimmelziekten
Kalk-zwavel tegen schimmelziekten irriterend voor ogen, ademhalingswegen en huid

Gecertificeerde biologische landbouw

In principe mogen producten van biologische land- en tuinbouwbedrijven alleen het predicaat ‘biologisch’ voeren als ze afkomstig zijn van gecertificeerde bedrijven. Dat wil zeggen bedrijven die werken volgens de voorschriften van de biologische landbouw. In grote lijnen zijn deze overal gelijk maar soms hanteren landen afwijkende regels. In landen met een ontwikkelde biologische landbouw is een onafhankelijke toezichthouder aanwezig die gerechtigd is om bedrijven te certificeren en bovendien zorgt voor controle op de juiste werkwijze van de biologische bedrijven (7). In veel ontwikkelingslanden hebben boeren met slechts een paar ha grond vaak onvoldoende kennis om biologische landbouw te bedrijven en ontbreekt dikwijls het geld voor certificering. Om toch biologische producten te kunnen exporteren, met name naar Europa en de Verenigde Staten, is in een aantal landen regionaal groepscertificering voor deze groep ingevoerd (8).  Dit gaat als volgt: een groep telers stelt een intern controlesysteem vast en kan dan gezamenlijk worden gecertificeerd door een certificeringsorganisatie. Deze organisatie voert ook inspecties uit bij de groepsleden. Een voorwaarde voor groepscertificering is dat de afzet van producten gezamenlijk gebeurt, bijvoorbeeld door middel van een coöperatie. De betrokken boeren krijgen begeleiding van medewerkers van de certificeringsorganisatie of van het interne controlesysteem. De administratie van-het intern controlesysteem is vaak gebrekkig, waardoor bedrijfsoppervlakten en opbrengsten van telers niet altijd bekend zijn. Dit vergroot de kans op misbruik van het systeem. Een goed management van het interne controlesysteem is dan ook essentieel (8)

Omvang van de biologische landbouw

In 2020 werd globaal op 74,9 miljoen ha agrarisch land biologische land- en tuinbouw en veeteelt bedreven.  Dat is 1,6% van de totale oppervlakte agrarisch land in de wereld (9).

Tabel 2: Statistische gegevens over de omvang van de biologische landbouw in de wereld in 2020, het landgebruik en het aantal biologische producenten. (10)

Continent Oppervlakte biologische landbouw [miljoen ha] aandeel van agrarisch land [%] %Gras %Akker %Meerjarige boom- /struikteelten %Gebruik onbekend Aantal producenten
Afrika 2,1 0,2 1,0 30,0 66 3 830.000
Azië 6,1 0,4 0,3 44,0 14,0 42,0 1.800.000
Europa 17,1 3,4 67,0 8,0 2,0 420.000
Latijns Amerika 9,9 1,4 77,0 5,0 8,0 10,0 270.000
Noord Amerika 3,7 0,8 46,0 33,0 6,0 15,0 220.000
Oceanië 35,9 9,7 97 0,1 0,4 2,5 16.000

In tabel 2 worden voor de verschillende werelddelen gegevens vermeld over de omvang van de biologische landbouw. De verdeling van het areaal over grasland, akkerbouw, meerjarige boom/struikteelten, zoals noten en olijven, en het gedeelte waarvan geen gegevens bekend zijn. Verder is het aantal producenten vermeld. Van de producenten is een deel niet gecertificeerd. In Azie zijn China en India de landen met een grote oppervlakte biologische landbouw en met een groot aantal producenten. Australië maakt meer dan 95% van het areaal biologische landbouw van Oceanië uit. Het betreft voor het overgrote merendeel natuurlijk grasland. 

Tabel 3: Ontwikkeling van biologisch areaal [Mha] en verkopen [miljard US$] van biologisch voedsel en dranken in de wereld van 2009 t/m 2021 (11 ).

Continent

2009

2015

2021

Afrika

1

1,7

2,7

Azië

3,6

4

6,5

Europa

9,3

12,7

17,8

Latijns Amerika

8,6

6,7

9,9

Noord Amerika

2,7

3

3,5

Oceanië

12,2

22,8

36

Totaal

37,2

50,9

76,4

Verkopen biologisch:
voedsel en dranken

54,9

81,6

125

Tabel 3 geeft een overzicht van de ontwikkeling van het areaal biologische landbouw tussen 2009 en 2021. In deze periode is het biologisch areaal ruim verdubbeld, al is dit grotendeels het gevolg van de grote oppervlakte natuurlijk grasland in Australië. Maar ook in Azië en Europa is sprake van een forse uitbreiding. Dat komt echter nog niet tot uiting in het percentage van het agrarisch land in de wereld met een biologische teeltwijze. Dat is slechts 1,6%.  De omzet van biologisch voedsel en dito dranken is vooral de laatste zes jaar (procentueel) fors gestegen.

Opbrengsten van de biologische- ten opzichte van de gangbare landbouw

Er is veel onderzoek gedaan, hoofdzakelijk in de USA en Europa, naar eventuele opbrengstverschillen tussen biologische en gangbare landbouw. In meta-analyses van deze onderzoeken, waarbij een groot aantal vergelijkingen tussen biologische en gangbare landbouw is geanalyseerd, komen grote opbrengstverschillen naar voren (12,13,14) namelijk respectievelijk 20%, 19,2% en 18,4% lager voor biologisch ten opzichte van gangbaar. De verschillen zijn onder meer afhankelijk van de regio en het soort gewas. Verder blijkt bij hoge opbrengstniveaus van gangbaar het opbrengstverschil vaak groter te zijn. Ook de opbrengststabiliteit, de opbrengstniveaus van jaar tot jaar, is bij biologisch geringer dan bij gangbaar (15). Kijken we naar gewassen dan laat tabel 3 zien dat sommige gewassen beter opbrengen bij biologische teelt dan andere. Zo zijn de opbrengsten van biologische tarwe en aardappelen, de nummers twee en vier van de grootste basisvoedselgewassen in de wereld, lager dan van andere gewassen (tabel 4). Bij de Vlinderbloemigen, droge erwten en (gras)klaver ligt de opbrengst tussen biologisch en gangbaar het dichtst bij elkaar.

Tabel 4.  Opbrengsten van biologisch geteelde gewassen als % van gangbaar geteelde, met als bron twee metastudies A (12) en B (13) en bedrijfsuitkomsten met als bron C (13) en D (16)

Gewas Meta-analyse

A

Meta-analyse

B

Bedrijfsopbrengsten

C

Bedrijfsopbrengsten

D

Tarwe 73 69 58 58
Gerst 69 60
Haver 85 84 71 66
Droge erwten 85 85 67 72
Oliegewassen 74 66
Aardappelen 70 71 58 64
Grasklaver 89 90 93 85
Gemiddeld 78 80 69 67

De bedrijfsopbrengsten (C) zijn afkomstig van officiële statistieken uit Duitsland, Oostenrijk, Zweden en de USA (13). Uit tabel 2 blijkt duidelijk dat de bedrijfsopbrengsten lager zijn dan de opbrengsten van veldproeven. Om voldoende stikstof beschikbaar te hebben voor volgende gewassen worden groenbemestingsgewassen bij de biologische landbouw soms niet geoogst maar ondergeploegd. Dat betekent dat een deel van de bedrijfsgrond geen geld opbrengt. Hierdoor daalt, over het hele bedrijf gerekend, de opbrengst verder, ten opzichte van gangbaar.
De belangrijkste oorzaak van de lagere opbrengsten van biologische landbouw is onvoldoende stikstofbemesting op verschillende tijdstippen tijdens de groei van het gewas. Als het tekort vroeg in het groeiseizoen optreedt ontwikkelt het gewas zich onvoldoende en kan daardoor geen maximale opbrengst leveren Ook leidt dit tot meer onkruid (17). Te weinig stikstof in de tweede helft van het groeiseizoen heeft tot gevolg dat het gewas te vroeg afsterft, wat ook ten koste gaat van opbrengst. Ook het meer optreden van ziekten, plagen en veronkruiding, heeft lagere opbrengsten tot gevolg.

Kwaliteit van biologische producten en prijs

In een deel van de media en ook door consumenten wordt vaak aangegeven dat biologische producten gezonder en smakelijker zouden zijn dan producten uit de gangbare land- en tuinbouw. Dit blijkt echter niet zo te zijn, zo is uit wetenschappelijk onderzoek gebleken. (3,18). Ook het Nederlandse Voedingscentrum is het hiermee eens. (19) Er zijn weliswaar wat verschillen tussen biologisch- en gangbaar voedsel, zo bevat biologisch voedsel wat minder resten van bestrijdingsmiddelen en soms minder nitraat maar wat meer antioxidanten, omega3-vetzuren en ijzer maar minder Jodium en Selenium.(3) De verschillen zijn echter klein. 

Een belangrijk kenmerk van biologische producten is de relatief hoge prijs in de supermarket. In Nederland is het prijsverschil met gangbaar ca. 43 % (20), in België 33% (3) en in de VS 50% (21). Een jaar lang biologisch geteeld voedsel eten kost in Nederland €600 per persoon (22) Dit weerhoudt velen ervan om biologische producten te kopen. De hogere prijzen voor biologisch voedsel in de supermarkt zijn onder meer een gevolg van de hogere kostprijs, vooral veroorzaakt door het lagere opbrengstniveau en verder door de noodzaak van meer handwerk voor onkruidbestrijding en kosten voor controles, samenhangend met de certificering (23). Ook de omschakeling van gangbaar naar biologisch is duur. Voor rundveehouderij, akkerbouw en tuinbouw geldt een overgangsperiode van 2 jaar. In die 2 jaar moeten de regels voor biologische landbouw worden toegepast (7) Dat betekent een lagere opbrengst die echter niet als biologisch (vaak hogere prijs) mag worden verkocht. Dat betekent een lager inkomen voor de landbouwer.

Milieuaspecten

Door weinig stikstof en beperkt milieuonvriendelijke pesticiden te gebruiken zal de uitspoeling van nitraat gering zijn en de biodiversiteit minder worden aangetast in de biologische landbouw dan bij gangbaar. De biologische landbouw besteedt veelal meer aandacht aan de bodemvruchtbaarheid door het inbrengen van meer organische stof in de grond, door minder vaak hetzelfde gewas op eenzelfde perceel te telen en door minder hakvruchten, zoals aardappelen en suikerbieten, in het bouwplan op te nemen. Voor wat betreft de CO2-emissie is de uitstoot per kg geoogst product voor biologische akkerbouwgewassen 0 – 23% en voor biologische vollegronds groenten 35 – 40% hoger dan bij gangbaar. Het % verschilt per gewas. Daarentegen is de lachgasemissie bij de biologische landbouw lager. Voor de biologische melkveehouderij geldt per kg melk een 30% hogere ammoniakemissie, een 10% lagere broeikasgasemissie en een hogere methaanemissie (24,25). Het energieverbruik per kg melk is bij de biologische melkveehouderij 25% lager dan bij gangbaar. De biologische akkerbouw en Vollegronds groententeelt gebruikt per ton geoogst product 25-50% meer energie. 

Discussie

De stand van zaken voor wat betreft het areaal biologische landbouw in de wereld blijkt uit tabel 2. In Afrika en Azië is het biologisch areaal minder dan 1% van het landbouwareaal. Oceanië staat grotendeels voor Australië, waar het areaal verreweg het grootst is en vrijwel uitsluitend natuurlijk grasland betreft. Behalve in Afrika en Azië bestaat het merendeel van het biologisch beteelde land uit grasland. Het bovenstaande laat zien dat biologische landbouw wereldwijd nog niet zoveel voorstelt. Op het eerste gezicht komt de biologische landbouw heel positief over. Geen synthetische bestrijdingsmiddelen, veel aandacht voor het behoud van bodemvruchtbaarheid en diervriendelijk voor wat betreft de veehouderij. Er worden echter wel natuurlijke bestrijdingsmiddelen gebruikt en die zijn niet allemaal even onschuldig. Enkele voorbeelden: Kopersulfaat en koperoxychloride, buiten Nederland, op grote schaal gebruikt als fungicide in de biologische aardappelteelt, fruitteelt en wijnbouw. Deze producten zijn niet alleen schadelijk voor mensen maar zijn zeer giftig voor in water levende organismen. Bovendien hopen ze zich op in de grond. Calciumsulfide, een fungicide, is voor mensen een schadelijke stof en is zeer giftig voor in water levende organismen. Pyrethrine, een insecticide is giftig voor bijen (3).                                                                                       

Het grootste probleem van de biologische landbouw zijn echter de veel lagere opbrengsten per hectare in vergelijking met de gangbare landbouw. Uit meta-analyses blijken verschillen van ca 20%. Deze zijn grotendeels gebaseerd op de resultaten van veldproeven. Echter de opbrengsten op biologische boerenbedrijven blijken duidelijk lager (zie tabel 3). Ze worden verder verlaagd bij gebrek aan voldoende dierlijke mest. Dan worden namelijk soms groenbemestingsgewassen zonder te oogsten ondergeploegd. Dit betekent, over het hele bedrijf gerekend, een lagere opbrengst per ha van de geoogste gewassen. De relatieve opbrengst van biologisch wordt op basis van het bovenstaande dan ca. 70% ten opzichte van gangbaar. Om eenzelfde opbrengst te behalen als gangbaar is meer oppervlakte nodig: 30% lagere opbrengst vraagt al een 30% grotere oppervlakte; daar komt echter nog 30% van 30 bij, is totaal 39% (Immers ook de extra oppervlakte levert maar 70% van de opbrengst van gangbaar). Ca. 40% extra grond, nodig om dezelfde productie te bereiken, vormt een groot probleem. Het zou betekenen dat als biologische landbouw op grote schaal ingang zou vinden, waar veel ‘groene’ politici voor pleiten, er een grote oppervlakte bos- en natuurgebieden in landbouwgrond zouden moeten worden omgezet. En dat is geen goed idee, het gaat ook in tegen het huidige natuurbeleid in Nederland en de EU.

Een snelle transitie naar biologisch is bijzonder riskant , zoals in Sri Lanka is gebleken. In 2021 verbood de president de import van kunstmest en pesticiden, de boeren moesten biologisch gaan werken. Dit leidde al in het eerste jaar tot een forse reductie van de rijstopbrengst, waardoor voor honderden miljoenen dollars aan rijst moest worden geïmporteerd en de rijstprijs voor de consument met 50% steeg. Ook de theeproductie liep grote schade op; thee is het belangrijkste exportproduct van Sri Lanka. Al binnen een jaar is de maatregel teruggedraaid, met gedeeltelijk compensatie voor de boeren. Een heel duur mislukt experiment (34).

Doelstellingen van de EU gericht op de landbouw zijn: 1. uitbreiding van de biologische teeltwijze tot 25% van het agrarisch land in 2030. Om eenzelfde opbrengst als gangbaar te halen is daarvoor 10% extra oppervlakte nodig. 2. 10% van het agrarisch land omvormen tot landschapselementen in het kader van de Farm to Fork strategy. 3. Nog eens 4% land bestemmen voor bevordering van de biodiversiteit. Dat betekent een opbrengstverlies voor de landbouw in de EU  van in totaal bijna 25%.

Zo’n opbrengstverlies moet als totaal onverantwoord worden beschouwd. Als er straks 9 miljard of meer mensen moeten eten in de wereld dan zal er efficiënt met het agrarisch land moeten worden omgegaan. Grootschalige biologische landbouw past daar niet bij. Toch zijn Westerse NGO’s druk bezig om biologische landbouw in Azië en Afrika te introduceren en te bevorderen (7).

In ontwikkelingslanden waar boeren vaak slechts een paar ha land ter beschikking hebben is die extra grond meestal ook niet beschikbaar. Maar zolang boeren daar niet over kunstmest, bestrijdingsmiddelen en eventueel over genetisch gemodificeerde rassen beschikken, maakt het nauwelijks uit of ze biologisch of gangbaar produceren. In Afrika en Azië blijken de opbrengsten van biologische bedrijven, in gebieden waar geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, soms hoger te zijn dan die van gangbare. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de biologische bedrijven worden begeleid en voorgelicht door medewerkers van de certificerende organisatie of die van het interne controlesysteem van de gecertificeerde groep. Als deze voorlichting ook aan de gangbare landbouwers zou worden gegeven dan zou hun opbrengst waarschijnlijk gelijk zijn aan die van de biologische landbouwers. Zouden de gangbare landbouwers in de gelegenheid zijn om wat kunstmest en eventueel bestrijdingsmiddelen te kopen dan zou hun opbrengst die van de biologische landbouwers aanzienlijk overtreffen.

Door toepassing van geïntegreerde teelt kunnen de gangbare landbouwers ook duurzaam werken. Bij deze teeltwijze worden preventieve maatregelen, zoals vruchtwisseling, gebruik van resistente/tolerante rassen, mechanische onkruidbestrijding, chemische bestrijding van onkruid, ziekten en plagen zo efficiënt mogelijk gecombineerd (26). Geïntegreerde ziektebestrijding is sinds 2014 verplicht in de EU. Ook worden landbouwers aangemoedigd om geïntegreerde gewasproductie toe te passen (27) Een voorbeeld van een organisatie, die deze werkwijze in ontwikkelingslanden propageert en bevordert, is de Foundation for Farming, opgericht in Zimbabwe en vooral actief in landen in het Zuiden van Afrika. Sinds 1982 heeft men 30.000 voorlichters en landbouwers getraind (28).

Conclusie:

Vanwege de benodigde extra landbouwgrond, ca. 40%, is een volledige globale omschakeling van gangbare naar biologische landbouw welhaast onmogelijk. Tenzij het niveau van de landbouwproductie in Azië en Afrika heel snel een enorme stijging laat zien in de eerstvolgende decennia, wat niet waarschijnlijk lijkt, zal biologische landbouw de wereld niet kunnen voeden.

Literatuur

**: als de verwijzing niet werkt bij klikken, probeer dan via kopiëren en plakken in de browser.

  1. https://agriculture.ec.europa.eu/farming/organic-farming/future-organics 
  2. https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2018/848/2022-01-01
  3. https://www.eoswetenschap.eu/natuur-milieu/bio-niet-beter? 
  4. https://www.nature.com/articles/s41467-018-05956-1
  5. https://www.microbiologie.info/stikstofkringloop%20rol%20van%20de%20bacterie.htm
  6. https://edepot.wur.nl/43475
  7. https://agriculture.ec.europa.eu/farming/organic-farming/becoming-organic-farmer_en
  8. https://www.linkedin.com/advice/0/what-some-key-factors-influence-consumer-demand-organic
  9. https://knowledge4policy.ec.europa.eu/publication/world-organic-agriculture-statistics-emerging-trend
  10. https://knowledge4policy.ec.europa.eu/publication/world-organic-agriculture-statistics-emerging-trends-2022_en
  11. https://www.fibl.org/en/shop-en/1254-organic-world-
  12. https://www.wur.nl › upload mm › 4eff5e4c-0  **
  13. https://orgprints.org › agronomy-12-02001-v3-1
  14. https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0308521X23001373#:~:text=
  15. https://www.nature.com/articles/s41467-018- 
  16. https://orgprints.org/id/eprint/51722/1/agronomy-12-02001-v3-1.pdf
  17. edepot.wur.nl/200784  
  18. https://www.hpdetijd.nl/2017-09-09/biologisch-eten-niet-beter
  19. https://www.voedingscentrum.nl/nl/service/vraag-en-antwoord/gezonde-voeding-en-voedingsstoffen /is-biologisch-eten-gezonder
  20. hthttps://www.biojournaal.nl/article/9534245/testaankoop-vergelijkt-prijzen-bio-producten-versus-gewone-huismerk
  21. Https://www.consumerreports.org/cro/news/2015/03/cost-of-organic-food/index.htm
  22. https://www.hpdetijd.nl/2017-09-09/biologisch-eten-niet-beter
  23. https://www.foxnews.com/food-drink/10-reasons-organic-food-is-so-expensive  
  24. https://www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/onderzoeksinstituten/livestock-research/show-wlr/biologische-landbouw-beter-voor-natuur-en-klimaat.htm
  25. https://research.wur.nl/en/publications/energieverbruik-broeikasgasemissies-en-koolstofopslag-de-biologish
  26. https://geintegreerdgewasbeheer.nl/icm
  27. https://www.low-impact-farming.info/sites/default/files/2017-01/pan-briefing-
  28. . https://foundationsforfarming.org/
  29. https://agriculture.ec.europa.eu/farming/organic-farming/organic-production-and-products_nl#
  30. https://nutrinorm.nl/meststoffen/de-werking-van-organische-meststoffen/
  31. https://www.syngenta.nl/news/biologicals/vixeran-mag-worden-ingezet-de-biologische-teelt
  32. https://www.bluen.nl/
  33. https://www.skal.nl › wetgeving
  34. https://foreignpolicy.com/2022/03/05/sri-lanka-organic-farming-crisis
  35. https://edepot.wur.nl/173780 
  36. pnas01044-0440.pdf (nih.gov)