Studies van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel leidden 22 jaar geleden tot een verbod op mechanische kokkelvisserij op de Waddenzee. En indirect tot de instelling van het Waddenfonds, gevuld met 800 miljoen euro aardgasbaten. Het NIOZ liep met de Rijks Universiteit Groningen (RUG) én natuurclubs voor tientallen miljoenen euro’s binnen op deze ‘fossiele subsidies’. Pas recent werden wetenschappelijke misstappen in dat NIOZ-werk publiek gemaakt, en door Plos Biology als ‘zorgelijk’ omschreven. Wat zegt deze bijzonder late correctie in de wetenschappelijke literatuur over de staat van de wetenschap over de Wadden? “Je komt gefrustreerd over, misschien helpt het als je zelf publiceert.”

Vandaag de dag zijn alleen nog handkokkelaars actief op het Wad. Ze leven voort onder de verenigingsnaam ‘Op handkracht verder’, alsof het gescheiden mannen zijn die zonder vrouw verder moesten. Die mogen 2,5 procent opvissen van het door Wageningen University & Research  jaarlijks geschatte bestand. Dat doen ze met de lichamelijk zeer intensieve handbeugel-methode, en een techniek die de vissers ‘achteruit neuken’ noemen. 

Bij op en afgaand tij, in weer en wind, gaan ze in oliepakken te water vanuit het kokkelschip dat voor anker ligt. Met achterwaartse heupbewegingen woelen ze in heupdiep water de schelpdieren los. De vangst komt in een beugelnet, dat ze in een naast hen drijvend rubberbootje droppen. De inhoud daarvan wordt later aan boord getakeld.  Deze vissers noemen zich ‘getijdenslaven’, met hun loodzware beroep dat voor de liefhebber een buitenkansje is. 

De meeste kokkels worden uiteindelijk verscheept naar Mediterrane landen, waar ze gewild zijn voor de Paella. Handbeugelaars lijken met hun verwaarloosbare aanwezigheid meer bij het natuurgebied Waddenzee te passen dan de vroegere mechanische methode. Maar die oude visserijmethode klaarde in enkele uurtjes op een kokkelbank zonder zweet, waar de handbeugelaars nu weken over zwoegen. Met een combinatie van baggeren in de bovenste 5 centimeter Wadbodem en stofzuigen, werden in korte tijd de schelpdieren bij tonnen geoogst. Vooruitgang, is dat goed of juist niet?

Kersenplukken: selectieve omgang met data

Volgens de Raad van State en het Europees Hof van Justitie zou 22 jaar geleden ‘de best beschikbare’ wetenschap hebben bewezen hoe schadelijk kokkelvisserij was. Langdurige effecten op het ecosysteem zouden zijn aangetoond. Er volgde een verbod op mechanische visserij, bekend als ‘Het Kokkelarrest’ op 7 september 2004. Die juridische winst kwam voort vanuit een verbond tussen milieuactivisten en NIOZ-onderzoekers. Dit monsterverbond zou dat NIOZ, RUG en milieuclubs indirect tientallen miljoenen euro’s fossiele subsidies opleveren, het zogenaamde Waddenfonds. Voor ‘natuurherstel’ in de Waddenzee. Daarover zo meer.

Pas nu komt publiekelijk naar buiten, tot in het Dagblad van het Noorden [1], wat ingewijden in de Waddenwetenschap al jaren terug wisten. De onderzoekers zouden selectief met data zijn omgegaan om een dramatischer conclusie te bereiken. Kersenplukken dus, wanneer je datareeksen weglaat die je sterke conclusie (traag herstel van kokkelbanken) ontkrachten. Dit voorjaar gaf wetenschappelijk tijdschrift Plos Biology zelfs een ‘expression of concern’ [2] af over het decennia oude werk van het NIOZ. Dit is een zeldzaamheid in de wetenschap. Die uiting van zorg betekent dat de studie [3] ten onrechte door de peer review was geglipt bij Plos in 2006 . 

De spreekwoordelijke kanarie in de Waddenkoolmijn van het NIOZ, de kanoetstrandloper zou in die studie verdreven zijn dankzij de kokkelvisserij. Twee in 2019 bij het NIOZ vertrokken onderzoekers, ‘ontdekten’ in 2023 plots de fouten van collega’s waarmee ze 15 jaar samenwerkten en juist daarover publiceerden zij in Plos Biology. Omdat de oud NIOZ-collegae die kritiek volgens het blad in 2023 niet afdoende pareerden [4], kwam het wetenschappelijk tijdschrift nu dus met een waarschuwing naar buiten. Meer dan de ontmaskering, was echter de timing van belang. De gevolgen zijn niet meer terug te draaien, terwijl het NIOZ als instituut, betrokken onderzoekers en natuurclubs rijkelijk profiteerden in onderzoeksgeld en carrière-bevordering.

“Blijf met je knokkels van de kokkels”

Kokkelvisserij werd in 2002 doelwit van campagnes van samenwerkende wetenschappers en milieuclubs. Faunabescherming vaarde rond met spandoeken “Blijf met je knokkels van de kokkels.” Vogelbescherming Nederland toonde spotjes waarin een dode Scholekster op een etensbord lag, die voor de Paella zou zijn gesneuveld. De scholekster was ten opzichte van de jaren ’80 met ’35% achteruitgegaan,’ zo stelden medewerkers van SOVON Vogelonderzoek [5]. De gewekte suggestie: kokkelvisserij neemt het voedsel voor de vogels weg. 

Voor milieuclubs en ecologen bij het NIOZ reden om de handen ineen te slaan, als zelfverklaard wakers over de Waddenzee.  Het LNV-ministerie- inmiddels publiek hoofdfinancier van de groene lobby- was toen nog volledig op de hand van vissers. Vogelbescherming en de Waddenvereniging hielden hun kruit droog. Daarom werd in november 2002 [6] actiegroep ‘Wilde Kokkels’ opgericht. Die zou de klus- stop de visserij- via de rechtszaal gaan klaren, leunend op de publicaties van wetenschappers aan de RUG en het NIOZ. Deze nieuwe club activisten, gelieerd aan Faunabescherming zou de vergunning aanvechten. 

Zij vonden steun bij onderzoekers van de RUG. Die hadden net een verband gelegd tussen de vermeende achteruitgang van scholeksters rond Schiermonnikoog en kokkelvisserij aldaar. Ook vonden ze steun bij een ecoloog van het NIOZ, die in 2003 ‘Hoogleraar Dierecologie’ aan de RUG zou worden: Theunis Piersma, en zijn vrouw Petra de Goeij, de lepelaaronderzoeker van het NIOZ. Zoals Faunabescherming de rechtszitting beschrijft in ‘Argus’, vocht het NIOZ de kokkelvergunning aan samen met de dieractivisten: 

“Uit onderzoek door het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (tevens één van de bezwaarmakers!) blijkt dat onder andere kanoetstrandlopers, die leven van kleine kokkels en nonnetjes, de afgelopen jaren dramatisch in aantal achteruit zijn gegaan.” De Raad van State liet de kokkelvisserij echter nog een jaar doorvissen. Zij wachtten de uitspraak af van het Europees Hof van Justitie, die in maart om advies was gevraagd. Maar op 4 september 2004 viel het doek. ‘De’ wetenschap zou volgens Europese natuurregels geen andere keuze laten. Dit werd het ‘Kokkelarrest’: het einde van een productieve Waddenvisserij.

“Acht jaar effecten”

Theunis Piersma protesteerde als gepromoveerd ecoloog bij het NIOZ op Texel op academische wijze. Hij ging publiceren in het Journal of Applied Ecology (2001) [7] over de vermeende relatie die zou bestaan, tussen mechanische kokkelvisserij en voedselgebrek voor Wadvogels. In zijn artikel zou blijken, hoe deze visserijvorm langdurig, mogelijk 8 jaar lang, de bodem zou verstoren. Dat waren dus precies de ‘langdurig significante’ effecten waarop de activisten in de rechtszaal aasden.  De ronkende titel “Long term indirect effects of mechanical cockle dredging on intertidal bivalve stocks in de Wadden Sea” klonk als naderend doodvonnis. 

Gelijke bevindingen zou hij in iets andere vorm opnieuw publiceren in Plos Biology in 2006, nu met NIOZ-onderzoeker Jan van Gils. De NIOZ-‘kanarie’ in de Waddenkoolmijn, de Kanoetstrandloper verdween dankzij de kokkelvisserij, aldus de studie. De strandloper is een lange-afstand trekvogel met twee ondersoorten, islandica en canutus, die voedsel vindt in etappes tussen Canada, IJsland, De Wadden en Afrika, maar ook de Engelse kust. Tienduizenden kilometers kunnen de vogeltjes in een jaar afleggen op zoek naar voedsel-bonanza’s. Toen was echter het lot van de kokkelvisserij inmiddels al juridisch bezegeld, dankzij Piersma’s eerdere werk.

Stop de Groene Leugen

Dankzij het Kokkelarrest stonden ook andere belangen plots op de tocht: De Waddengaswinning door de Nederlandse Aardolie Maatschappij, (NAM) een joint venture van Exxon en Shell, en daarmee gemoeide aardgasbaten. Shell zag de procedurebui na het Kokkelarrest al hangen, en huurde daarom de klimaatactivist Wouter van Dieren in. Van Dieren zou later de jaarlijkse klimaatconferentie ‘Springtij’ organiseren voor de milieubeweging en ‘groene’ ambtenarij. Hij had bij de activisten als geestverwant het gezag, dat de NAM voor een ‘deal’ kon gebruiken. Van Dieren zou de activistische onderzoekers en aan hen gelieerde milieuclubs pacificeren met een zak fossiele subsidies.

Hij sloot een niet-aanvals-verdrag tussen de milieulobby en de NAM, in ruil voor de instelling van het Waddenfonds: 800 miljoen euro compensatiegeld, dat ten goede zou komen aan de Waddenregio, natuuronderzoek, en projecten voor ‘natuurherstel.’ Daarmee werd de mechanische kokkelvissserij voor 122 miljoen euro uitgekocht. De buit van fossiele brandstofsubsidie voor ‘de’ wetenschap en milieuclubs, die werd januari 2008 publiek geregeld via de “Wet op het Waddenfonds.” Milieuclubs en hun ‘wetenschappers’ zouden alleen de visserij nog publiekelijk aanvallen.

De tot ‘stichting WAD’ omgedoopte club ‘Wilde Kokkels’ opende direct die aanval in februari 2008. Samen met Vogelbescherming en de Waddenvereniging forceerden ze via de Raad van State succesvol een verbod op de mosselvisserij. Zij vochten die natuurvergunning al jaren aan, gedreven door het succes van het Kokkelarrest. In reactie daarop hing heel Zeeland vol met ‘Stop de Groene Leugen’-spandoeken van de vissers. De Zeeuwse mosselvissers mochten vervolgens alleen verder, na voor 60 miljoen euro in ‘verduurzaming’ te investeren. Duur onderzoek om vissers van verdere procedures te vrijwaren was daarbij een grote kostenpost. Dat onderzoek, PRODUS, werd uitgevoerd door…het NIOZ en Wageningen UR tussen 2007 en 2013 [9].

Recent kon een samenwerkingsverband tussen NIOZ/RUG en Natuurmonumenten nog op 4 miljoen euro Waddenfonds-subsidies rekenen: Waddenmozaïek. Een veldcoördinator kon in vier jaar tijd een half miljoen euro op de rekening bijschrijven. Complete wetenschappelijke carrières konden op het Waddenfonds gebouwd worden, voor ‘mosselbank herstel’ en ‘zeegras herstel’. Een voorbeeld daarvan is de ‘hoogleraar Coastal Ecology’ aan het NIOZ, Tjisse van der Heide. Deze roerde zich in juni nog in Dagblad Trouw tegen garnalenvisserij [10] vlak voor een Kamerdebat daarover. Nadat Van der Heide met Waddenfonds-geld een nieuwe publicatie het licht deed zien, kopte Trouw met: “een licht sleepnet gooit het leven in de Waddenzee al overhoop.”

Waddenwetenschap
Prent: Josh

“Vogels hadden zich verstopt”

Dat het vogelleed op de Waddenzee sterk overdreven was, zou pas later mondjesmaat uitlekken. Piersma ‘ontdekte’ in 2016 dat zijn eigen Kanoetstrandloper het zo slecht niet deed. Want de populatie van deze bijzonder mobiele beestjes bleek helemaal niet achteruit gegaan te zijn “in de laatste drie decennia”, schreven ze. Ze hadden tijdelijk ergens anders op de wereld gelogeerd, bijvoorbeeld in de ‘Wash’ in het Thames-estuarium voor de Engelse kust. Dat bleek uit eigen NIOZ/RUG-onderzoek tussen 2012 en 2016 geleid door Piersma, getiteld ‘Metawad1: hoe habitatherstel trekkende wadvogels beïnvloedt’, betaald met 3 miljoen euro uit het Waddenfonds. 

Zoals het onderzoeksverslag “Knooppunt Waddenzee” stelt: “Kunnen dertig- tot veertigduizend kanoeten zich ergens verstoppen? Dat was de vraag die zich rond de eeuwwisseling opdrong. De berichten waren in die tijd immers bepaald niet vrolijk. Waar normaal in het najaar tienduizenden kanoeten samenkwamen rond het vogeleiland Griend, iets ten zuiden van Terschelling, waren dat er in 2002 nog geen twintig!” De onthutsende conclusie was, dat ze op de verkeerde plek hadden gekeken [11]: “Wanneer de vogels naar plekken gaan waar nauwelijks vogelonderzoekers zijn- of kunnen komen- dan blijven die vogels uit de statistieken.”

“Wetenschappelijk broddelwerk”

Geen enkele collega tikte Piersma op de vingers. Pas toen twee NIOZ-onderzoekers na een ontslagronde (2019) dat instituut gedwongen verlieten- na vijftien jaar intensief met Piersma samen te werken- kwam hun kritische publicatie uit in Plos Biology (2023) [12], en in het Journal of Applied Ecology. Daarin werden de twee meest geciteerde anti-kokkelvisserijstudies van het NIOZ gefileerd. Hoofdauteur Jaap van der Meer was inmiddels in dienst van Wageningen Marine Research. Het aan het LVVN-ministerie gelieerde instituut wil schelpdieren in de markt zetten als vleesvervanger, uit naam van ‘de eiwittransitie.’

Nu schreef Van der Meer met de oud-promovendus van Piersma, Eelke Folmer – de ‘zeegrasjongen’ van het NIOZ- over de foutieve wijze waarop Piersma data zou hebben gebruikt. Voor ingewijden in de Waddenwetenschap én voor Piersma was die kritiek bepaald niet nieuw.  De medewerker van Piersma’s studie uit 2001, schelpdier-ecoloog Jan Beukema van het NIOZ, had namelijk al in 2018 in het Journal of Sea Research een boekje open gedaan [13]. “Zonder een reden te noemen”, schreef Beukema, had Piersma datareeksen weggelaten. “Wij betwijfelen daarom of het herstel van kokkelbanken werkelijk zo lang als acht jaar duurde.”

Oftewel: het Kokkelarrest leunde op selectief datagebruik. In augustus 2023 zou Beukema nogmaals in het Journal of Sea Research zijn kritiek op een rij zetten [14]. Vlak voor zijn overlijden in april 2024 zette Beukema in het Dagblad van het Noorden [15] nog een tandje bij. Hij zou spijt hebben dat hij aan de studie van Piersma had meegewerkt, als de leverancier van data van kokkelbestanden. “Vooringenomen” en “Wetenschappelijk Broddelwerk”, was de titel die het krantenartikel erover gebruikte.

“Je komt gefrustreerd over, ga zelf publiceren”

Dat brengt ons dus bij de hoofdvraag. Waarom wordt Piersma na twintig jaar pas geroosterd, tot in het Dagblad van het Noorden aan toe? Economisch kan het hem niet meer schaden, Piersma ging in 2025 met emeritaat. Volgens de Friese trekvogel-ecoloog zou een persoonlijke vete van Folmer en Van der Meer tegen hun oude werkgever een rol spelen. Hij schrijft desgevraagd per email: (vertaald uit het Fries)

“Het gaat om twee mensen die in zwaar weer uit het NIOZ zijn geknikkerd, en die daar nog steeds boos om zijn. Het publiekelijk stoken tegen de oude werkgever, keer op keer, voldoet blijkbaar in hun behoefte. Ik ben dan nu de kop van Jut, dat ben ik wel vaker.” Maar spijt betuigt Piersma alvast niet. “Ik vind wetenschappelijke discussies altijd mooi, wil graag blijven bijleren, en twintig jaar na dato maken ze best een punt, wat de interpretatie van een figuur uit de studie aangaat. Daar hebben deze knappe koppen dus wel meer dan 15 jaar over gedaan. De creativiteit kwam pas nadat ze het NIOZ verlieten. Dat Van der Meer raadsheer was bij beide stukken, dat zeggen ze er nu niet bij.”

Van der Meer was Hoofd Mariene Ecologie bij het NIOZ van 2001-2007, in de tijd dat Piersma de kokkelstudies publiceerde. Van der Meer reageert afwijzend, en stelt “je weet dat Piersma het met de waarheid zo nauw niet neemt.” Maar hij wil niet ingaan op de aantijgingen over het gedwongen vertrek, en zijn betrokkenheid bij het oude werk. Zijn collega Eelke Folmer stelt: “ Mijn vertrek bij het NIOZ ging niet in goed overleg. Dat ga ik hier – in reactie op een mail vol insinuaties niet uitspitten – maar ik verberg het ook niet. Ik voer geen persoonlijke vete tegen Piersma – ik wist ook niet dat hij dat zo ervaart.”

Vooralsnog lijkt het alsof institutionele belangen zwaarder wegen dan eerlijke wetenschap, kokkels en vogels. Beukema was al vijftien jaar met pensioen toen hij kritiek publiceerde op studies, waar hij zelf co-auteur van was geweest.  Van der Meer ging recent met emeritaat, en nam het in de Tweede Kamer plots op voor visserij. Han Lindeboom was als actief hoogleraar Mariene Ecologie bij het NIOZ bestuurder bij Stichting de Noordzee, een milieuclub die de visserij continue negatief bejegende / bejegent in media. Nu neemt Lindeboom het voor boeren en vissers op, in reactie op doorgeslagen stikstofbeleid. 

Het lijkt er dus op dat de wetenschap voortschrijdt bij ieder emeritaat. Ook zijn milieuclubs na jaren fossiele subsidies plots bezorgd over ‘het klimaat’. De bodem van het Waddenfonds raakt in zicht, en in 2024 procedeerde de Waddenvereniging tegen Waddengaswinning. De suggestie, dat wetenschappers en hun milieuclubs meebuigen met ‘de belangen’, stuit bij Folmer – zelf jarenlang toezichthouder bij de Waddenvereniging- echter op een bitse afwijzing: “Je komt boos en gefrustreerd over. Misschien helpt het als je je kritiek publiceert.” Nou: bij deze. 

  1. https://www.dvhn.nl/regio/groningen/wadden/piersma-kokkelvisserij-kritiek-folmer-van-der-meer-wetenschappelijk-onderzoek/158234405.html
  2. Expression of Concern: Shellfish dredging pushes a flexible avian top predator out of a marine protected area, The PLOS Biology Editors Published: April 22, 2026 https://doi.org/10.1371/journal.pbio.3003770
  3. van Gils, J. A., Piersma, T., Dekinga, A., Spaans, B., & Kraan, C. (2006). Shellfish dredging pushes a exible avian top predator out of a marine protected area. PLoS Biology, 4(12), 2399–2404.
  4. https://besjournals.onlinelibrary.wiley.com/doi/pdf/10.1111/1365-2664.14500
  5. https://www.rli.nl/sites/default/files/200301duurzaamduurthetlangst.pdf
  6. https://defaunabescherming.s3.eu-central-1.amazonaws.com/argusarchief/argus2002-4.pdf
  7. Piersma, T., Koolhaas, A., Dekinga, A., Beukema, J. J., Dekker, R., & Essink, K. (2001). Long-term indirect effects of mechanical cockle- dredging on intertidal bivalve stocks in the Wadden Sea. Journal of Applied Ecology, 38(5), 976–990.
  8. Theunis Piersma, Anita Koolhaas, Anne Dekinga, Jan Beukema, Rob Dekker, Karel Essink (2001) Long term indirect effects of mechanical cockle dredging on intertidal bivalve stocks in de Wadden Sea, Journal of Applied Ecology, 2001, 38 blz 976-990
  9. https://www.waddenacademie.nl/nieuws/nieuwsbericht/invloed-mosselzaadvisserij-genuanceerder/
  10. https://www.trouw.nl/duurzaamheid-economie/onderzoek-laat-zien-zelfs-vissen-met-een-licht-sleepnet-gooit-het-zeeleven-in-de-waddenzee-al-overhoop~b9906a04/
  11. blz 61 in Bob Buiter, Laura Govers, Theunis Piersma (2016) Knooppunt Waddenzee, Noordboek
  12. Jaap van der Meer, Eelke Folmer (2023) A re-evaluation of the effects of mechanical cockle dredging in the Dutch Wadden Sea
    https://edepot.wur.nl/638770
  13. Jan Beukema, Rob Dekker (2018) Effects of cockle abundance and cockle fishery on bivalve recruitment, Journal of Sea Research
  14. Jan Beukema (2023) Well-founded and supposed negative effects of cockle dredging on tidal-flat sediment and fauna: A review of contributions of ecological research, Journal of Sea Research Volume 194, August 2023, 102408 https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1385110123000771
  15. https://www.dvhn.nl/regio/groningen/wadden/draaide-vooringenomen-broddelwerk-van-wetenschappers-kokkelvisserij-op-waddenzee-de-nek-om/156760727.html