Prent: Jos Thommassen

Prent: Jos Thommassen

Rypke Zeilmaker, 25-6-2026

Zwerfstroom die ‘weglekt’ van wind- en zonneparken, maar ook transformatoren vormen elektrische velden in nabije stallen maar ook huizen. Die velden zetten mens en dier letterlijk onder spanning, met stressklachten tot gevolg. Koeien kunnen er miskramen door krijgen. In Nederland is het onderwerp taboe verklaard door overheid en netbeheerders. Maar internationaal en in de wetenschappelijke literatuur is ‘stray voltage’ al decennia een bekend gezondheidsprobleem.

In het Engels staat zwerfstroom bekend als ‘stray current’ of ‘stray voltage’, wat klinkt als een zwerfkat. De Fransen noemen het fenomeen meer poëtisch “courant vagabond.” Internationaal worden er conferenties over gehouden. Zwerfstromen zijn ongewenste elektrische stromen in bodem, water of metalen voorwerpen die voortkomen uit fouten of lekstromen in elektrische installaties, netwerken of aardingssystemen. De veterinaire literatuur publiceert al minstens sinds 1990 over de invloed van zwerfstroom op diergezondheid [1][2]. De consensus: Er volgt een verlaagde melkgift bij koeien die last krijgen van te hoge voltages, meestal boven 0,5 Volt. Dan gaan koeien gestrest gedrag vertonen.

Door de toenemende elektrificatie afgelopen tien jaar levert zwerfstroom in Nederland steeds meer problemen op. Die blijven nu vaak nog onderbelicht. Dat komt ook omdat boeren bang zijn voor problemen met de Nederlandse Voedsel Waren Autoriteit (NVWA), de inspectiedienst voor diergezondheid bij boeren. Er bestaat een grote kans dat deze hén zal duperen, wanneer ze melding maken van zwerfstroom-problematiek, alsof zij de dieren slecht verzorgen. Daardoor kan het fenomeen wel veel meer voorkomen dan nu gemeld.

Volgens elektrotechnisch ingenieur Johan van Bommel – die het fenomeen onderzoekt- zijn er al tenminste 100 veehouderijen in Nederland die met de gevolgen kampen. Mensen kunnen er ook door getroffen worden. Ze krijgen last van ‘vage klachten’ na plaatsing van windturbines of transformatorhuizen, van hoofdpijn en spanning tot slapeloosheid. “Normering in Nederland is afgestemd op veiligheid”, stelt Van Bommel. “Terwijl je bijvoorbeeld moet onderzoeken bij welke frequenties mens en dier het meest gevoelig zijn, zodat klachten beginnen.”

Vage klachten

Een nog slecht onderzochte bron van ‘vage klachten’ zijn omvormers (inverters), die gelijkstroom omzetten naar wisselspanning. Die hebben een zogenaamde schakelfrequentie. Dat is de snelheid waarmee een omvormer (inverter) de gelijkstroom aan- en uitschakelt om wisselspanning te maken. Moderne omvormers (bij zonnepanelen, windturbines) doen dit niet met een simpele sinusgolf, maar met snelle elektronische schakelaars. Deze schakelaars zetten de gelijkspanning heel snel aan en uit. Oudere omvormers hebben een frequentiebereik van 4.000 – 8.000 Hz. Moderne omvormers werken in het frequentiebereik van 16 kHz – 150 kHz.

Hoe hoger de schakelfrequentie, hoe kleiner en efficiënter de omvormer kan zijn. Maar zo kunnen ook meer hoogfrequente storingen op het net en lekstromen ontstaan. Dit verschijnsel is bekend als ‘harmonische vervorming.’ Dan ontstaan naast de wisselspanning van 50 Hertz andere frequenties. Op het net en als lekstroom. Nu is nog onbekend, bij welk frequentiebereik mens en dier het meest gevoelig zijn. Terwijl dat volgens Van Bommel juist hoog op de onderzoeksagenda moet komen, juist in relatie tot zwerfstroom.

Het Kennisplatform EMV (elektromagnetische velden) van de overheid stelt daarover: “Sommige mensen noemen dit effect ‘vuile stroom’ en stellen dat verstoring van dit vloeiende golfpatroon leidt tot gezondheidsklachten. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat deze verstoring risico’s oplevert voor de gezondheid.” Meer zegt deze autoriteit’ van het Ministerie van Volksgezondheid- met onder andere het RIVM- er niet over [3]. De relatie met zwerfstroom wordt niet genoemd. De ICNIRP- de commissie voor bescherming tegen niet-ioniserende straling- stelde richtlijnen op voor bescherming tegen elektromagnetische velden. Die zouden afdoende moeten zijn.

Toch worden ook mensen ondertussen ziek door zwerfstroom van windturbines, en de omvormers die hun stroom omzetten in wisselspanning. Dat bevestigt een geitenhouder uit Zuid Holland. Zijn geiten sprongen van stress bij de muren van de stal op, toen eenmaal een nieuw windpark bij de stal was gebouwd. De geitjes raakten daardoor gewond. Alles probeerde hij om de stal beter te aarden, maar er bleven ruimtes waar lekstroom bleef hangen. Zelf kreeg hij met zijn vrouw in huis last van slapeloosheid en stressklachten. “Wanneer we goed willen slapen, gooien we nu de aarding van het huis los. We ontdekten toevallig, dat de klachten dan ophouden en we weer normaal tegen elkaar gaan doen.”

“Geen aanleiding voor onderzoek”

Een ander slachtoffer van zwerfstroom is veehouder André van den Oudenrijn uit Ooltgensplaat in Zuid Holland. Diverse media, waaronder Trouw [4], De Andere Krant [5] en Foodlog [6] besteedden aandacht aan zijn zaak. Zijn koeien verloren 30 procent van hun melkgift, dankzij zwerfstroom van het nabijgelegen windpark Piet de Wit. Nadat 12 kleinere turbines werden vervangen door zeven grote, ontstonden in 2022 gezondheidsproblemen met zijn koeien. Ze werden ziek en wilden nauwelijks meer drinken, omdat hun drinkbak onder spanning stond.

Van den Oudenrijn nam elektrotechnicus Van Bommel in de arm als troubleshooter. Het beter aarden van de stal- een veel voorgeschreven maatregel- bleek juist rampzalig uit te pakken. Zo werd de stal van Van den Oudenrijn het lokale afvoerputje van alle zwerfstroom uit de buurt.
Ondertussen kreeg Van Oudenrijn de NVWA op bezoek. Die beschuldigden de boer van dierverwaarlozing door te krappe stallen. Inmiddels loopt de veehouder het risico dat hij zijn bedrijf moet sluiten dankzij de NVWA.

Via een kort geding op 17 juni 2026 probeerde hij dat te voorkomen, maar dat verloor Van den Oudenrijn. De NVWA kan nu binnenkort bij de boer langskomen om zijn vee mee te nemen. Met Van Bommel wilde Van den Oudenrijn aantonen, dat de koeien buiten zijn schuld ziek werden. De NVWA wil alleen naar de gevolgen van zwerfstroom voor dieren kijken, niet naar de oorzaak. Daarom richtte Van den Oudenrijn al het platform EMV en Dierwelzijn op [7], om onderzoek te agenderen. BBB-statenlid Ad Merks in Zuid Holland pleitte dankzij Van den Oudenrijn’s zaak al voor dat onderzoek op 25 juli 2025.

Maar dat verzoek werd door de gedeputeerde afgewimpeld: “In opdracht van de provincie (in nauwe samenwerking met de gemeente Goeree-Overflakkee) is een onderzoek uitgevoerd naar de situatie bij de twee veehouders. (door DHV, RZ) Naar aanleiding hiervan is het Rijk gevraagd om regie te nemen op multidisciplinair vervolgonderzoek. Op 29 augustus heeft het Rijk hierop gereageerd en stelt daarin dat zij geen aanleiding ziet om zo’n onderzoek te starten.”

Kennisplatform wil van niets weten

De autoriteiten verschuilen zich hier achter het door hen ‘onafhankelijk’ genoemde DHV.  Certificeringsbureau DHV (het vroegere KEMA) had op locatie gemeten en concludeerde dat er niets aan de hand zou zijn. DHV is met TNO, de GGD en RIVM onderdeel van het Kennisplatform EMV en Gezondheid. Het lemma ‘effecten op dieren’ op de website www.kennisplatform.nl/effecten-op-dieren/ is echter volledig leeg, twintig jaar na oprichting van het kennisplatform. Zolang er geen dieper onderzoek wordt gedaan, blijft een voor De Belangen comfortabele situatie bestaan: wat je niet onderzoeken wil bestaat niet. Terwijl ondertussen verdere elektrificatie in dicht bevolkt Nederland op de beleidsrol staat. 

Bij aansprakelijkheid voor netbedrijven en overheid kunnen gevolgen groot zijn. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten zijn na rechtszaken hoge schadevergoedingen uitgekeerd aan veehouderijen, die door schuld van anderen last van zwerfstroom kregen. In enkele ‘dairy states’ met een hoge dichtheid aan melkvee in de VS moeten netbeheerders veehouders helpen bij troubleshooting. Wanneer de boer kan aantonen dat hij door hun toedoen last kreeg van zwerfstroom. Het Amerikaanse veehouderijblad The Dairy Star berichtte daar in 2024 nog over, in hun reportage ‘a shock to the system’ [9]. 

Wat voor een boerenfamilie in Barneveld (…) in Wisconsin een droom had moeten worden, een eigen melkveebedrijf met 120 Jersey koeien, werd een nachtmerrie. Het lokale netbeheerbedrijf plaatste op een halve mijl afstand een transformatorhuis. Meteen na ingebruikname begonnen hun koeien om zich heen te trappen. Vervolgens daalde de melkproductie al snel van 59 pond per koe naar 46 pond. Koeien werden ziek, en kregen zelfs miskramen. De boer uit Barneveld moest uiteindelijk zes koeien laten afmaken en keek plots tegen een dierenarts-rekening aan van 70 duizend dollar.

Het lokale elektriciteitsbedrijf werd er bij gehaald. Die maten een lekstroom in de stal tussen 0,39 Volt en 0,89 Volt. De ‘veilige’ norm voor de veehouderij ligt op 0,5 Volt in Wisconsin. In Nederland geldt die 0,5 Volt enkel als ‘richtwaarde’, en de veehouder moet zelf de maatregelen financieren. De Amerikaanse boer kon aantonen, dat plaatsing van de transformator hem problemen gaf. Daar moest het netbedrijf hem helpen bij het nemen van maatregelen. Ze legden een raster van staaldraad onder de vloer van de stal, zodat deze geaard werd met alle metalen onderdelen die de koeien aanraken, zoals de drinkbakken.  

Die ingreep zou ervoor moeten zorgen, dat alle oppervlakken en metalen objecten die een koe aanraakt op nagenoeg de zelfde elektrische potentiaal komen te staan. Maar de problemen met de koeien bleven aanhouden. Uiteindelijk bleek het probleem dan ook niet in de stal te zitten, maar de nulgeleider (‘terugstroom’) van de transportlijn naar de boerderij. Toen het elektriciteitsbedrijf de transportlijn loskoppelde, zakte de zwerfstroom-potentiaal in de stal naar 0,032 Volt. Toch hielden gezondheidsproblemen bij de koeien aan, ook nadat de paal van de transportlijn nieuwe isolatie kreeg.

“Hoe doorbreken we de impasse”

Dick Veerman van voedsel-discussieplatform Foodlog probeert de afwijzende houding van verantwoordelijke autoriteiten te doorbreken. Enkel normering voor ‘veiligheid’ is niet afdoende om gezondheidsklachten te voorkomen in een dicht bevolkt land als Nederland. Daarom organiseerde hij op 4 juni in het World Food Center in Ede een nieuw symposium, “Zwerfstroom, een fenomeen dat heel Nederland raakt?” [10]. Opvallend volgens Veerman was de lage opkomst die dag. Vele genodigden- verantwoordelijke ambtenarij maar ook netbeheerder Stedin- bedankten.

 In een door Veerman gevraagde reactie ontkent Stedin het probleem, met verwijzing naar metingen van DHV.  “Is dit niet typerend voor het onderwerp”, stelde hij vast over de taboesfeer die heerst in Nederland. “Bij andere thema’s zit het hier stampvol.” Zwerfstroom en gezondheid is volgens hem geen ‘Wappie’-probleem, maar een internationaal erkend fenomeen. “Er is net nog een groot congres over gehouden in Frankrijk, in Amerika is het erkend, terwijl die landen vele malen dunner bevolkt zijn.” Het zijn ook niet de minste experts die Veerman bijvallen. Onder hen hoogleraar elektrotechniek Frank Leferink van de TU Twente, en hoogleraar stalsystemen aan Wageningen Universiteit, Peter Groot Koerkamp. 

Ook aanwezig is elektrotechnicus Johannes Mulder, die dertig jaar lang werkte als EMV-expert voor chipfabrikant ASML. Hij moest daar productieruimtes veldvrij maken, dus vrij van zwerfstroom. Omdat dit anders grote storingen geeft. Van de metingen van DHV maakt hij vrijwel direct gehakt. “Op filmpjes zie je dat ze meetapparatuur aansluiten op het stroomnet”, stelt hij vast. “Terwijl je dat op een eigen batterij moet aansluiten. Dat is pure onkunde, want bij lekstroom-metingen gaat het om hele kleine spanningsverschillen. Zo verstoor je de metingen.” Er zou volgens Mulder nu gewoon sprake zijn van algemene onkunde, niet beslist belangenverstrengeling. 

“Hoe doorbreken we de impasse”, stelt Veerman als vraag aan de aanwezigen. “Het is algemeen erkend, dat zwerfstroom de gezondheid van vee kan schaden. En dat boeren daartegen maatregelen moeten nemen, zoals het aarden van de stal. Maar daarnaast zijn er dus ook nog tweede orde effecten, waarnaar nog veel te weinig onderzoek is gedaan.” 

Mensen die nu oorsuizen, hoofdpijn en stress krijgen door zwerfstroom, die kun je nu als Wappies wegwuiven, met verwijzing naar het Kennisplatform EMV. Die comfortabele positie voor ‘de energietransitie’- “het zit tussen je oren”- kun je in standhouden met dovemansoren. Het is dus maar de vraag of verantwoordelijke partijen de handschoen van Veerman op willen pakken.