Twee rekenkamers en één onfeilbare wil
25 oktober 2026 · Henricus Lechner
Een rapport over dwangpsychiatrie en een stichting die overheidsbeleid narekent lijken in eerste instantie weinig gemeen te hebben. Toch doen ze precies hetzelfde: ze weigeren een wil die zich onfeilbaar noemt op haar woord te geloven.
Huib Kraaijeveld, de auteur van Minority Pre-Crime Report on Coercive Psychiatry in the Netherlands, vroeg me de relatie te beschrijven tussen zijn rapport en De Groene Rekenkamer. Het antwoord past in één zin: beide bevragen de algemene wil.
Ik heb Huib eerder Rousseau aangedragen en Huib noemt het systeem zelf “Rousseau’s General Will in clinical bureaucratic form”. Ik voeg er nu Gramsci aan toe, die laat zien hoe zo’n wil ‘gezond verstand’ wordt, en een spiegel op een heel ander terrein.
Rousseau: een wil die zich niet kan vergissen
In Du Contrat Social (1762) onderscheidt Rousseau wat ik als particulier wil van wat ik als burger zou moeten willen: de volonté générale. Die algemene wil heeft één beslissende eigenschap. Ze is volgens Rousseau altijd juist; wie ervan afwijkt, vergist zich over zijn eigen belang.
Daaruit volgt zijn beruchtste formule: wie weigert de algemene wil te volgen, mag ertoe gedwongen worden. Hij wordt dan gedwongen vrij te zijn. Dwang is in dit model de uitvoering van wat je eigenlijk wilde.
De consequentie is groter dan ze lijkt. Een wil die zich niet kan vergissen, kent geen legitieme oppositie. Tegenspraak wordt een afwijking. En een soeverein die samenvalt met “het volk” kan door niemand van buitenaf worden gecontroleerd, want er bestaat geen buiten.
Die architectuur zie ik in overheidsbeleid steeds vaker terug, als structuur die vanzelf meereist. [De Israelische historicus; red.] Talmon trok die lijn al in 1952 van Rousseau via de Jakobijnen naar Lenin, wiens partij beter wist wat het volk wilde dan het volk zelf.
Gramsci: hoe die wil gezond verstand wordt
Rousseau zegt wat de algemene wil is. Antonio Gramsci laat in zijn Gevangenisschriften zien hoe zo’n wil gaat werken. Een heersende orde steunt volgens hem vooral op instemming. Die instemming wordt gevormd door scholen, media, kerken, beroepsgroepen: het hele maatschappelijke middenveld.
Het resultaat noemt Gramsci, niet zonder ironie, senso comune: gezond verstand. Dat is wat iedereen vanzelfsprekend vindt, zonder dat iemand het nog toetst. Dwang blijft bestaan, als pantser achter die instemming.
Dat verklaart wat Rousseau niet verklaart: waarom een onfeilbare wil niet als dwang voelt. Ze is gewoon “hoe het hoort” geworden. En wie haar bevraagt, valt het gezond verstand zelf aan.
Gramsci’s begrip is neutraal. Het past op elke dominante consensus, van welke kleur of smaak dan ook.
Twee rekenkamers
Een wil die zich niet kan vergissen, controleer je niet. Wie haar toch controleert, gaat ervan uit dat ze fout kan zitten. Het narekenen zelf is daarmee al de ondervraging. Dat doen beide, elk op eigen terrein.
De Groene Rekenkamer rekent na. Sinds 2005 controleert de stichting de cijfers achter overheidsbeleid op mens, waaronder gezondheid, natuur, milieu, klimaat, energie, en economie. Beleid dat zich beroept op “ons allemaal” moet de berekening laten zien. Wat je ook vindt van haar conclusies: de vraag zelf is de daad.
Huibs rapport legt na: Het legt de eigen documenten van de staat naast elkaar en laat zien waar ze niet allebei waar kunnen zijn. Volgens de stukken die het rapport aanhaalt noteert de politie twee keer “geen gevaar”, waarna iemand wordt opgenomen wegens gevaar. Een psychose wordt elf jaar met terugwerkende kracht vastgesteld op basis van een bron die verklaart het nooit gezegd te hebben. De psychiater die in 2024 de opname beoordeelt, is de geneesheer-directeur van de instelling die opsluit: toetser en cipier in één ambt. Er bestaat in dezen geen buiten.
De methode is van Karl Popper. Het rapport noemt zich een falsificatie-analyse, en de tweede opname in 2024 was een experiment in de traditie van Bly, Pilecki en Rosenhan. Huib verwachtte dat het dossier valse gronden tegen hem zou schrijven, liep in 2024 naar binnen en nam alles op. Verwachting, test, uitkomst. Narekenen in de letterlijkste vorm.
Beide stellen daarbij dezelfde rekenkamervraag: waar is de noemer? Suïcides in verplichte zorg worden geteld. De dwang die eraan voorafging niet; sinds 2014 bestaat er geen betrouwbare landelijke registratie meer. Er is dus geen sterftecijfer per dwangmaatregel. Waar wél onafhankelijk wordt gekeken, zoals in Ierland, werd in 2024 volgens het rapport meer dan de helft van de maatregelen ingetrokken nog vóór de zitting. Het vooruitzicht van een blik van buiten is al genoeg. Ondertussen zou het [recent; red.] voorgestelde zesde lid van artikel 8:9 Wvggz de hoorplicht bij “ongewijzigde voortzetting” [van dwangbehandeling; red.] juist schrappen, ondanks de waarschuwing van de president van de Hoge Raad en de procureur-generaal. Precies de waarborg waarvoor het Europees Hof Nederland in 1979 veroordeelde.
De titel zegt waar dat toe leidt. Pre-crime: opgesloten op grond van wat een dossier voorspelt dat je zou kunnen doen. DE algemene wil toegepast op de toekomst.
Diskwalificatie als antwoord
Hier wordt Gramsci onmisbaar. Een wil die gezond verstand is geworden, kan haar critici diskwalificeren. Weerleggen is dan overbodig.
- De Groene Rekenkamer wordt weggezet als ’twijfelbrigade’.
- Huib krijgt “geen ziekte-inzicht”, en zijn contacten met VN-rapporteurs belanden in zijn dossier als grootheidswaan.In beide gevallen blijft de vraag onbeantwoord en wordt de vrager verdacht gemaakt. Bij Rousseau is afwijken een ontologische zonde. In onze tijd heet dat ontkenning, een symptoom, of ‘wappie’.
Het rapport laat zien hoe ver dat gaat. Ontkenning geldt als gebrek aan inzicht. Een vraag wordt een belediging. Een klacht over een behandeling wordt een “verwarde brief” in het dossier dat later dient om de klager op te sluiten. Wie zich verzet tegen het frame, levert daarmee het bewijs voor
het frame. Het systeem ontspoort hier niet. De algemene wil doet precies waarvoor ze ontworpen is: oppositie onmogelijk maken als legitieme categorie.
En “dit is één man met een grief” vangt het rapport zelf op: het bevat een tweede dossier, van een jonge vrouw die het Avital noemt, in haar vierde jaar van opsluiting. Hij is geen uitzondering.
Goed verstand tegen gezond verstand
Gramsci zette tegenover het senso comune het buon senso: het kritische, getoetste inzicht dat vanzelfsprekendheden openbreekt. Dat is wat beide rekenkamers doen. De een met cijfers, de ander met dossiers.
Beide vragen om bewijs in plaats van vertrouwen. En daarmee doen ze het ene wat een onfeilbare wil niet verdraagt: haar behandelen als een bewering die waar of onwaar kan zijn.
Dat is ook het antwoord op Rousseau, en Huib geeft het zelf: Montesquieu. Wie diagnosticeert, wie beslist en wie toetst mogen niet dezelfde hand zijn. Zijn wetsvoorstel EUREKA doet precies dat: een echte second opinion van buiten, en een rechter die altijd kijkt, ook als de instelling zegt dat er niets veranderd is. De Groene Rekenkamer doet het al jaren op haar eigen terrein.
Twee rekenkamers, één vraag: laat het zien.