Don Quichot en de Windenergie

Dinsdag 9 februari 2016

Een gastbijdrage van Ir. Hans Dik

De discussie omtrent ‘Duurzame Energievoorziening’ neemt groteske vormen aan. Het convenant (Energieakkoord voor duurzame groei tussen ruim 40 partners) onder leiding van de SER om tot 16% schone energie te komen met windmolens, zonnepanelen en biomassa in 2023, geeft een onjuist beeld van het werkelijke probleem en het lost hoegenaamd niets op.
Ir.H.Dik

Don

TRANSPORT
Ons totale primaire energieverbruik gaat voor ongeveer 18 procent naar de transportsector (vliegtuigen, schepen, vrachtwagens en auto’s). Dat wordt bijna volledig gedekt met fossiele brandstoffen. Wind (elektrische energie), biomassa (elektrische energie) en zonnepanelen (elektrische energie), kunnen hier niets aan bijdragen. Het weg- en watertransport zal in de volgende 50 jaar niet spontaan op elektrische energie overgaan. Dat heeft trouwens ook alleen maar zin als je massaal elektrische energie kunt opwekken tegen redelijke prijzen. Daarover later meer.
Zuinige,efficiëntere en minder CO2 uitstoot gevende motoren zullen wel wat bijdragen om
minder fossiele brandstoffen te verstoken, maar niet voldoende om significant van de fossiele brandstoffen voor transport af te komen. En vliegtuigen blijven nog lange tijd afhankelijk van fossiele brandstoffen.

VERWARMING
Een verdere ongeveer 40 procent van onze energieconsumptie gaat op aan verwarming, voornamelijk door middel van aardgas en wat olie. Ook fossiel dus en niet elektrisch. Door slim bouwen en isolatie van bestaande gebouwen en woningen kan de consumptie worden gereduceerd. Maar het blijft een energieslurpende aangelegenheid.

INDUSTRIE
De volgende 18 procent gaat op aan grondstoffen, voornamelijk voor de chemische industrie (plastic) en kunstmest.

ELEKTRICITEIT
De laatste 24 procent van ons primaire energieverbruik is elektrisch. En voornamelijk daarover gaat de discussie m.b.t. die 16 procent ‘duurzame energie’, te bereiken in 2023. Dit is het doel van het op 6 september 2013 gesloten Energieakkoord tussen de ruim 40 partners, de SER en het Rijk. Dat is dus 16 procent van 24 procent, ofwel 4 procent van ons totale energieverbruik. Een druppel op de gloeiende plaat. Als we bedenken dat die 4 procent ook nog eens voor de helft bestaat uit biomassa, blijft er voor wind maar 2 procent over. En daarvoor plakken we heel Nederland en de Noordzee voor de kust ,vol met windmolens.
De samenleving wordt grotesk misleid met grote getallen.

Zoals: “De reeds bestaande windmolen parken Egmond aan zee en Amalia voorzien 225.000 huishoudens van elektrische energie” .Dit is een onzin claim. Alle huishoudens bij elkaar gebruiken slechts 20 procent van de elektrische energie!
Industrie, bedrijfsleven, kantoren, ziekenhuizen, kassen, wegverlichting, treinen etc. gebruiken die andere 80 procent. Het continue uitdrukken van het gebruik in aantal huishoudens is zeer misleidend. De bovengenoemde, bestaande, windmolen parken voorzien slechts in 0,15 procent van onze totale primaire energiebehoefte!

Dit Energieakkoord is een wat wollig en vrijblijvend rapport van 146 pagina’s dat gemakkelijk leest. De enige echt zinvolle informatie staat in de samenvatting. Naast die 16 procent duurzame elektrische energie per 2023 wordt nog een besparing op de primaire energieconsumptie in het algemeen, van 100 PetaJoule gemeld. Dat is veel en met een beetje dwang ook nog haalbaar. Zeer zinvol en met meer potentie dan al die windmolens bij elkaar. Het Energieakkoord is bindend, maar het meldt geen sancties op niet naleving.

Omdat het Energieakkoord dat ook doet, blijven we maar even bij die 24 procent elektrische energie. Het opwekken van een KWh met steenkool of bruinkool kost ongeveer 4ct. Aardgasopwekking kost 1ct meer. Met kernenergie (Frankrijk) zijn de kosten lager. Het opwekken van diezelfde KWh met windenergie kost 12ct. Het verschil van 8ct wordt in Duitsland al jaren gesubsidieerd door de regering die dit via een belasting (EEG Umlage) van 5,3ct/KWh weer grotendeels terugvordert bij de burger. Een Duitser betaalt daardoor 29 ct voor een KWh ,een Nederlander 22 ct en een Fransman betaalt 14 ct voor diezelfde Kwh (kernenergie en waterkracht). De Duitse industrie hoeft die EEG Umlage niet te betalen omdat ze dan niet meer concurrerend is.
Duitse windenergie is zeker niet gratis. En de goedkoop elektriciteit producerende, geen CO2 uitstotende, kerncentrales die het vervangt gaan dicht. Meer dan de helft van de Duitse elektrische energie wordt opgewekt door bruinkool en steenkool en dat blijft ook zo. Verre van milieubewust dus!
Het verschil tussen de bovenvermelde Duitse kostprijs en de consumentenprijs is een ingewikkelde som van transportkosten, winstmarges en voornamelijk belasting en subsidies voor ‘Windenergie’ (Duitsland).

De Duitse regering betaald jaarlijks zo’n € 20 miljard aan windsubsidies. Hoe lang ze dit nog kunnen volhouden is een grote vraag. Bovendien is het landschap in de driehoek Bremen, Hamburg en Cuxhaven volledig verwoest door de windmolens. Het Energieakkoord is voor Nederland niet duidelijk over windsubsidies. We kunnen dus in de toekomst, na overschakeling op windenergie, een substantiële verhoging van onze KWh prijs via nog hogere belastingen verwachten.

Kortom, windenergie zorgt voor torenhoge consumptieprijzen en biedt met zijn slechts enkele procenten aandeel in de totale energieconsumptie weinig of geen soulaas en het verwoest het landschap. Is het misschien een hobby van enkele fanatici? Of kun je er misschien leuk aan verdienen bij bedrijven die deze windturbines maken? Een van de gangmakers van dit
Energieakkoord is Ab van der Touw, Directeur Siemens Nederland, bouwer van windmolens. Verder is Ed Nijpels, de baas van het Energieakkoord, een notoire onwetende op dit terrein.

Ik raad iedereen aan om het boek van David MacKay: Sustainable Energy without the hot air, eens aandachtig te lezen. Het is wat cynisch, maar technisch en wetenschappelijk correct en realistisch.

Nu we toch met energie bezig zijn, even iets over Schaliegas.
De catastrofes die zich afspelen in North Dakota, Texas, Pennsylvania en binnenkort ook in
California m.b.t. Landschap en Bodemvernieling, moeten we in Nederland niet (willen) herhalen. De Verenigde Staten kunnen nog zo’n 20-30 jaar genieten van hun schaliegas overvloed. Dan is ook dat op.
We hebben in Nederland, aan de hand van de laatste schattingen, voor pakweg 10 jaar consumptie aan schaliegas in de grond (een voorraad van maximaal 400 miljard m3). Als dat na 10 jaar op is hebben we geheel Brabant en Limburg ‘omgeploegd’, de bodem onherstelbaar verontreinigd en we zijn weer bij af. Gewoon niet doen dus.

Wat dan wel?
Massale investeringen in grootschalige andere vormen van energie (En geen windmolens s.v.p) zijn hard nodig, maar worden niet gedaan. De grote oliemaatschappijen zijn niet geïnteresseerd.
Er is veel te bereiken met nieuwe veilige conventionele kerncentrales (Westinghouse AP1000), Thorium reactoren (korte halfwaardetijden van het afval), Zonne-energie en op de lange termijn met Kernfusie reactoren (geen noemenswaardig kernafval) en Geo warmte. De
investeringen in deze vormen van energie zijn op dit moment slechts enkele miljarden dollars per jaar en daarmee nihil in vergelijking met die van oliemaatschappijen. Dit zal drastisch omhoog moeten. Tegen de tijd dat er massaal op deze manier elektrische energie wordt opgewekt kun je deze energie ook ‘transportabel’ maken d.m.v. bijvoorbeeld waterstof technologie, accu’s, power-to-gas en dergelijke. Het wordt dan ook zinvol om transportmiddelen anders voort te bewegen dan met fossiele brandstoffen.
Het is de hoogste tijd dat het huidige onzinnige beleid wordt doorbroken.

Het plaatsen van windmolens biedt geen enkele bijdrage aan een betrouwbare energievoorziening in Nederland.